De derde DIY-golf: van spreektaal naar software met vibe coding
In dit artikel:
Erwin Blom introduceert in Handboek vibecoding een praktische en enthousiasmerende routekaart voor mensen zonder programmeerkennis om zelf apps, tools en websites te bouwen. Het boek leest eerder als een pamflet dan als een droog instructiehandboek: kleurrijk, direct en vol aanmoediging, maar wel met concrete stappen, checklists en een invulbaar canvas om een idee naar een werkende eerste versie en zelfs naar debugging te brengen.
Blom plaatst vibecoding in een historische lijn van drie doe‑het‑zelfgolven: de punkachtige kleinschalige creatie (muziek maken met wat er is), het open internet waarin iedereen sites kon publiceren, en nu de huidige golf waarbij AI en no‑code/low‑code tools natuurlijke taal omzetten in functionerende software. Die laatste maakt het mogelijk binnen minuten prototypes te genereren door simpelweg te beschrijven wat je wilt — inclusief gewenste stijl en gedrag — zonder je druk te maken over code.
Praktisch draait vibecoding om het oplossen van concrete pijnpunten: maak iets dat je dagelijks frustreert en pas het snel aan tot het werkt. Blom en de recensent halen voorbeelden aan, zoals een freelancer die met één korte invoer uren registreert en AI laat ordenen voor export naar Excel, of een recepten‑scanner voor iPhone waarin foto’s, ingrediënten, instructies en persoonlijke notities worden vastgelegd. Vaak leidt dit tot iteratief bijsturen: als een functie niet prettig werkt, probeer je een andere aanpak totdat het voldoet.
De tools doen meer dan code genereren: ze fungeren ook als ontwerper en feature‑adviseur. Soms suggereert de AI nieuwe UI‑ideeën (bijvoorbeeld automatisch ‘ghosten’ van tekst wanneer je stopt met typen of een typesnelheidsmeter). Dat kan versnellen, maar ook onverwachte problemen en frustraties veroorzaken wanneer onderdelen veranderen of niet meer werken zoals tevoren. Daarom is vibecoding niet geschikt voor toepassingen met strikte betrouwbaarheidseisen of gevoelige data, zoals medische of bancaire apps — daar blijft traditioneel programmeren verstandiger.
Het in het boek opgenomen canvas bestaat uit acht velden die scherp krijgen wat je wél en níet wilt en welke vibe de interface moet hebben. Een veld voor ‘Vibe & stijl’ helpt je toon en look te bepalen; je kunt ook voorbeelden of moodboards toevoegen. Door grenzen vast te leggen voorkom je dat je project te complex wordt en verlies je niet de focus op een minimale, werkbare versie.
Blom bespreekt ook actuele tools met hun voor- en nadelen en waarschuwt dat die snel evolueren; het boek biedt een startpunt en praktische voorbeelden om meteen te beginnen. Al met al is Handboek vibecoding een uitnodiging om eigentijdse AI‑hulpmiddelen te gebruiken om persoonlijke software te maken: energiek geschreven, met hands‑on instrumenten om van idee naar bruikbare eerste versie te komen — zolang het geen missie‑kritische toepassing betreft.