De comeback van de heg: goed voor natuur, bodem en klimaat
In dit artikel:
In november, het begin van het plantseizoen, trekken vrijwilligers en boeren het land in om heggen te planten. Landschapsarchitect Jantine Schinkelshoek van Stichting Hoopheggen en lector Ellen Weerman van de HAS Green Academy roepen op om veel meer van dit soort inheemse, bloemrijke heggen terug te brengen in het Nederlandse landschap. Heggen waren tot halverwege de twintigste eeuw gewoon, maar raakten grotendeels verdwenen door intensivering van de landbouw — een verlies dat volgens de deskundigen grote gevolgen heeft voor insecten, vogels en andere dieren.
Op Europees niveau is afgesproken dat uiterlijk in 2030 tien procent van het buitengebied uit ‘natuurrijke verbindingen’ moet bestaan; in Nederland is dat vastgelegd in het Aanvalsplan Landschap van het Deltaplan Biodiversiteitsherstel. Heggen, houtwallen, hagen en poelen horen daarbij. Weerman wijst erop dat heggen niet alleen biodiversiteit bevorderen, maar ook het landschap veerkrachtiger maken tegen droogte, wateroverlast en overstromingen. Ze verminderen lokale verdamping door schaduw, verhogen het organische stofgehalte van de bodem waardoor deze meer water kan vasthouden, en remmen water bij piekafvoeren — zoals zichtbaar is bij de Maasheggen, waar vruchtbare klei bij overstromingen wordt vastgehouden.
Toch planten niet alle landeigenaren en boeren spontaan heggen. Onderzoek van Weerman laat zien dat het doel van tien procent natuurrijke verbindingen op zichzelf onvoldoende is om biodiversiteit volledig te herstellen, maar dat het een stap in de goede richting is. Barrières zijn onder meer landschapsgeschiktheid (heggen passen beter op zandgrond dan in laagveengebieden waar elzensingels geschikter zijn), lokale landbouwcultuur, de schaduw en ruimte die heggen innemen, én beperkende subsidieregelingen die soms juist gebieden uitsluiten waar herstel het hardst nodig is.
Stichting Hoopheggen probeert drempels te verkleinen door samen met boeren te planten en bedrijfsmatige voordelen te benadrukken. Ze monitoren de aangeplante heggen ecologisch en publiceren de bevindingen; na vier jaar trekt een heg gemiddeld honderden soorten aan — in hun cijfers komt een vierjarige heg uit op 371 waargenomen soorten — wat aantoont dat heggen snelle en effectieve instrumenten zijn voor herstel vergeleken met bossen die decennia nodig hebben.
Voor het plantseizoen 2025–2026 heeft Hoopheggen al vijftig plantdagen gepland en roept vrijwilligers op om mee te helpen. Wie wil bijdragen kan via de agenda van Hoopheggen zien waar en wanneer planting plaatsvindt.