De CIA en de Verenigde Staten van Europa

vrijdag, 13 februari 2026 (08:19) - Indepen

In dit artikel:

Professor Richard J. Aldrich onderzocht de rol van de Verenigde Staten bij de vroege pogingen om Europa federaal te verenigen. In een 42 pagina’s tellend essay reconstrueert hij hoe The American Committee on United Europe (ACUE), opgericht in 1948 door personen uit de OSS (de voorganger van de CIA), functioneerde als een schakel tussen Amerikaanse veiligheidsbelangen en Europese federalistische bewegingen. ACUE gaf in de jaren 1948–1960 miljoenen dollars aan pro-Europese organisaties, werkte nauw samen met figuren als Jean Monnet en steunde onder meer de Europese Beweging rond Winston Churchill.

Waarom gebeurde dit? Na de Tweede Wereldoorlog zagen Amerikaanse beleidsmakers snelle Europese integratie als een instrument om meerdere doelen te bereiken: het veiligstellen van Marshallhulp via economische samenwerking, het beheersbaar maken van het “Duitse probleem”, het versterken van de NAVO door snellere beslissingen en militaire coördinatie, en het bieden van een aantrekkelijk alternatief voor Sovjetpropaganda. Aldrich noemt de netwerkpolitiek die daarbij ontstond een “liberal conspiracy”: een transnationaal verbond van liberale elites (politici, zakenlieden, academici) dat zich tegen het communisme keerde en voor een federaal Europa werkte. Europese leiders als Paul-Henri Spaak en Józef Retinger zouden zelf om geheime Amerikaanse steun hebben gevraagd.

ACUE beperkte zich aanvankelijk tot elites, maar schakelde vanaf circa 1951 over op grootschalige jeugdactiviteiten toen top-down steun onvoldoende bleek. Met CIA-bijdragen werden duizenden festivals, congressen en bijeenkomsten gefinancierd om jongere generaties aan het Europese project te binden en federalisme te presenteren als modern en progressief.

Aldrich’ analyse wordt relevant geacht omdat een soortgelijke organisatie in 2024 opnieuw actief zou zijn, met als expliciet doel de uitvoering van hedendaagse voorstellen zoals het Letta-plan (een blauwdruk voor een sterkere politieke integratie) en het Draghi-plan (grootschalige leningen om Europese industrie te stimuleren). Het artikel signaleert daarmee een continuïteit: Amerikaanse geopolitieke belangen bleven in latere decennia een factor in hoe Europese integratie zich ontwikkelde.

Hoewel de EU geen federale staat is, bevat zij sterke federale trekken: een supranationale rechtsorde, een machtige Europese Commissie, een medewetgevend Europees Parlement, een groot bureaucratisch apparaat, een centrale bank (ECB) met exclusieve bevoegdheid over de euro en een Hof van Justitie met bovenstatelijke uitspraken. Vooral de eurozone is volgens Aldrich al sterk gecentraliseerd, waarbij lidstaten vrijwel geen invloed meer hebben op monetaire politiek.

Tegelijk groeit onvrede: de beloofde welvaart en groeisprongen zijn in veel landen uitgebleven en het aandeel van de EU in de wereldeconomie daalt (IMF-data). Het artikel stelt de vraag hoe houdbaar de huidige vorm van Europese integratie is en of herziening van de structuur nodig is om economische en democratische legitimiteit terug te winnen.