De 'Ceuta-crisis' was vooral een staaltje van gênante hysterie bij extreem-rechts én het politieke midden
In dit artikel:
De kortstondige grenscrisis rond Ceuta, op 30 en 31 juli 2026, leidde in Europa tot een golf van politieke paniek, terwijl de feiten en oorzaken nog grotendeels onduidelijk zijn. Volgens het artikel bestormden ongeveer 72.000 migranten de grens tussen Marokko en de Spaanse exclave Ceuta. De meesten keerden binnen 24 uur terug naar Marokko. Ceuta is wel Spaans grondgebied, maar valt niet onder het Schengengebied; bovendien bereikte geen enkele migrant als gevolg van de actie het Europese vasteland. Wel vielen volgens de berichtgeving zeker 75 doden.
Over de aanleiding bestaan slechts onbewezen theorieën. Mogelijk werden mensen opgehitst door mensensmokkelaars of sociale media, of was sprake van een gecoördineerde poging om Spanje en Europa te destabiliseren. Ook de mogelijke betrokkenheid van Marokko, Rusland of de Verenigde Staten wordt genoemd. Eurocommissaris Magnus Brunner sprak over mogelijke instrumentalisering, maar benadrukte dat nog moet worden vastgesteld wie daarachter zat. De vooralsnog belangrijkste conclusie is daarom dat de oorzaak niet bekend is.
Toch reageerden Europese en Amerikaanse rechtse politici onmiddellijk en fel. De Nederlandse vicepremier Dilan Yeşilgöz riep midden in de nacht op tot snel en stevig optreden. Minister van Buitenlandse Zaken Tom Berendsen verlangde dat Spanje direct maatregelen nam. VVD-fractieleider Ruben Brekelmans eiste maximale druk op Spanje en Marokko, pleitte voor het tegenhouden en terugsturen van migranten en suggereerde dat Frontex moest ingrijpen en Schengen eventueel voor Spanje moest worden opgeschort. De Italiaanse premier Giorgia Meloni kondigde die opschorting later zelfs eenzijdig aan, hoewel toen al bekend was dat vrijwel alle migranten waren teruggekeerd.
Meloni en de Deense premier Mette Frederiksen stelden daarnaast dat een Spaanse regularisatie van ongeveer een half miljoen mensen een aantrekkende werking op migratie zou hebben gehad. Hun brief over de crisis werd door meerdere Europese regeringsleiders ondertekend, onder wie de Nederlandse premier Rob Jetten. De Spaanse premier Pedro Sánchez beschuldigde de ondertekenaars daarop van vooroordelen, nepnieuws, onwetendheid of politieke belangen.
De auteur ziet de reacties als bewijs dat migratiepaniek niet langer alleen bij radicaal-rechts voorkomt, maar ook het politieke midden beheerst. Indrukwekkende beelden van grote groepen mensen bij hekken en stranden zouden sterker hebben gewerkt dan de feitelijke omvang en afloop van de crisis. Volgens migratie-expert Gerald Knaus versterken populisme, polarisatie en sociale media elkaar daarbij. De auteur stelt dat rechts, dat progressieven eerder verweet aan emotiepolitiek te doen, nu zelf in een door beelden en angst aangejaagde emotionele reactie vervalt.
Voor Jetten zou die keuze bovendien politiek en ideologisch kostbaar kunnen zijn. Hij probeert volgens het artikel met een harde migratiekoers te voorkomen dat migratie opnieuw het centrale verkiezingsthema wordt, maar daarmee schaart hij zich achter Meloni en tegenover Sánchez. Tegelijkertijd reageert zijn kabinet veel terughoudender op geweld en intimidatie tegen migranten en hun sympathisanten in Nederland.
Het artikel noemt verschillende voorbeelden. In Geesteren werd een Syrisch gezin herhaaldelijk lastiggevallen; ruiten werden ingegooid en een auto in brand gestoken. Een Marokkaans gezin verliet Urk na bedreigingen en een foutieve arrestatie van hun veertienjarige zoon. In Engelen en Bokhoven werden woningen en auto’s van voorstanders van asielopvang beklad. Premier Jetten veroordeelde dat vandalisme pas later en sprak vooral over het belang van samenleven en overleg.
In Velp werd de familie van de gevluchte Jezidi Nouri Sedo na jarenlange intimidatie aangevallen met onder meer messen, stokken, flessen en een hamer. Sedo vroeg publiekelijk om hulp, waarna zijn ouders en broertje naar een veilige, maar feitelijk ondergedoken locatie werden gebracht. Volgens de auteur laat het contrast tussen de snelle veroordeling van de grenssituatie in Spanje en de trage, voorzichtige reactie op binnenlands migratiegeweld zien hoe politieke angst de prioriteiten van het kabinet-Jetten beïnvloedt.
De Oranjezomer: Chris Woerts hekelt verandering bij Albert Heijn: 'Een miskleun, arrogantie van de marktleider!'