De broeikas | Gaan we ons nu wél houden aan vrijwillige milieuafspraken?

zondag, 15 maart 2026 (08:43) - NU.nl

In dit artikel:

Klimaatverslaggever Jeroen Kraan signaleert dat het instrument van het milieucovenant in Nederland weer terug is, maar waarschuwt dat de lessen uit de jaren negentig niet altijd zijn geleerd. In die periode sloot de Rijksoverheid tientallen, uiteindelijk meer dan 150, zachte afspraken met bedrijven om milieuverbeteringen te bevorderen. Een kritisch rapport van de Algemene Rekenkamer uit 1994 waarschuwde al dat doelstellingen vaak niet waterdicht waren vastgelegd en dat vrijwilligheid niet in vrijblijvendheid mocht ontaarden.

Kraan haalt als voorbeeld het metaalconvenant uit 1992 aan, mede ondertekend door de voorganger van Tata Steel. Toen dat convenant in 2010 afliep was er geen eindverantwoording aan de Kamer; later bleek dat de beoogde emissiereducties niet waren gehaald. Vorig jaar reageerde toenmalig klimaatminister Sophie Hermans op Kamervragen dat het weinig zin had huidige uitstoot te vergelijken met “niet-afdwingbare doelstellingen” uit een dertig jaar oud akkoord — een antwoord dat volgens Kraan de vraag oproept of zulke convenanten überhaupt wel verstandig zijn.

De afgelopen jaren zijn nieuwe convenanten gesloten over uiteenlopende thema’s — van bouw en openbaar vervoer tot zorg en oesterkweek — maar Kraan waarschuwt dat de structurele zwaktes van vrijwillige afspraken blijven terugkomen. Het Convenant Milieu‑impact Potgrond & Substraten illustreert dat probleem scherp. Nederland produceert jaarlijks miljoenen kuubs potgrond, grotendeels op basis van turf. Afgraven van veen draagt significant bij aan CO2‑uitstoot doordat in die veengronden opgeslagen koolstof vrijkomt; de import van turf levert volgens het artikel een emissie die zich laat vergelijken met een flinke fossiele elektriciteitscentrale.

De Stichting Turfvrij zette in op uitfasering van turf; in 2021 steunde een Kamermeerderheid die koers via een motie, waarna het huidige convenant ontstond. Maar onenigheid volgde snel: branchevereniging VPN lobbyde voor versoepeling van regels rond turfwinning vanwege vermeende schaarste en voedselzekerheid, iets waar Turfvrij en medeoprichter Philipp Gramlich wantrouwend op reageerden — zij zagen vrijwillige afspraken als mogelijk uitstel. VPN stelt zelf de afspraken nog steeds te steunen; in het convenant staan doelen zoals 50 procent hernieuwbare componenten in potgrond in 2030 en CO2‑neutraliteit in 2050. Kraan suggereert echter dat zulke lange termijnen en gebrek aan afdwingbaarheid het risico vergroten dat beloften in de vergetelheid raken.

Afsluitend verbindt Kraan dit terugkerende debat met bredere zorgen over natuur en menselijk handelen, onderstreept aan de hand van Johan van der Keukens documentaire over de Waddenzee, die laat zien hoe ecologische problemen decennialang opbouwen. De kernboodschap: vrijwillige convenanten kunnen nuttig zijn, maar zonder heldere verantwoording en afdwingbare instrumenten werken ze te vaak averechts.