De Britse schrijver Rana Dasgupta: 'Verwoesting is geen noodzakelijke voorwaarde voor verandering'
In dit artikel:
De Britse schrijver Rana Dasgupta betoogt in zijn aankomende boek After Nations dat het tijdperk van de natiestaat aan het afbrokkelen is en dat we op zoek moeten naar andere politieke vormen die liberale waarden duurzaam kunnen huisvesten. Het gesprek met Dasgupta (gepubliceerd 18 februari 2026) vond plaats terwijl hij vanuit het Franse stadje Amboise werkte; zijn analyse verbindt middeleeuwse symboliek, recente politieke schokken en bredere wereldkundige verschuivingen.
Als vertrekpunt vertelt Dasgupta over de reddingsactie tijdens de brand van de Notre‑Dame op 15 april 2019: vrijwilligers en brandweerlieden vormden een menselijke keten om religieuze relikwieën te behouden, waaronder de doornenkroon van Lodewijk IX. Die aankoop in 1239 — waarvoor de Franse koning de helft van het jaarlijkse staatsinkomen betaalde — was volgens Dasgupta symbolisch voor de geboorte van de natiestaat: religieuze legitimatie, gecentraliseerde belastinginning en een gedeelde identiteit legden de grondslag onder territoriale soevereiniteit. Dat model keerde zich later via verlichting en modernisering om in de liberale natiestaat zoals we die kennen.
Maar dat model werkt niet meer. Dasgupta, die heeft gewoond in het Verenigd Koninkrijk, India en de VS en bekend werd met boeken als Capital: A Portrait of Twenty‑first Century Delhi, legt uit dat recente politieke gebeurtenissen — Brexit, de verkiezing van Trump, Modi’s opkomst, de verrassende ontwikkeling in Hongkong — hem confronteerden met een wereld waarin nationale democratieën de beloften van veiligheid, welvaart en vrijheden steeds minder waarmaken. “Iedere welvarende natie stort op zijn eigen wijze in elkaar,” zegt hij, en illustreert dat verval bijvoorbeeld in infrastructuur en publieke voorzieningen in het Verenigd Koninkrijk.
Dasgupta onderscheidt groepen die zich tegen de seculiere liberale natiestaat keren: autoritaire leiders als Vladimir Poetin, Viktor Orbán en Narendra Modi noemt hij ‘oude gelovigen’ — zij legitimiseren macht via een quasi‑goddelijkheid — terwijl radicale religieuze bewegingen hijs noemt als ‘puriteinen’ die de liberale staat afwijzen vanwege morele bezwaren. Volgens hem zijn dergelijke tegenbewegingen geen nieuw verschijnsel; kritiek op het rationalisme en de universaliteit van de natiestaat bestaat door de eeuwen heen.
Historische en geopolitieke verschuivingen spelen mee: net zoals de wereldorde van honderd jaar geleden eindigde in een periode van gewelddadige herverdeling van macht, zo ziet Dasgupta nu tekenen van ontregeling. De opkomst van China verandert fundamenteel de mondiale balans — economische capaciteit, industriële macht en potentieel andere normen rond bestuur en orde — waardoor de hegemonie van de VS en de dollar onzeker wordt.
Met het oog op alternatieven behandelt Dasgupta verschillende oplossingsrichtingen. De Europese Unie noemt hij het meest interessante moderne niet‑nationale experiment: gebrekkig maar niet mislukt, met potentie als continentaal model dat rechten kan garanderen — mits het zich weet te ontdoen van interne zwaktes en afhankelijkheid van de VS. Technologie ziet hij als een instrument om staatsgrenzen te omzeilen: digitaal burgerschap, alternatieve betalingssystemen en participatietools kunnen mensen die door traditionele staten worden uitgesloten nieuwe toegang geven. Tegelijk waarschuwt hij dat technologie ook feodale concentratie van macht door big tech kan versterken; het is dus geen vanzelfsprekend heilmiddel.
Centrale vraag in After Nations is welk politiek ontwerp de liberale waarden het beste beschermt nu de klassieke natiestaat faalt. Dasgupta pleit voor institutionele vernieuwing, gecombineerd met een nieuwe “theologie” — hij bedoelt daarmee een collectief moreel kompas, bijvoorbeeld een ecologische ethiek die mens en niet‑mens gelijkwaardig waardeert. Verandering hoeft volgens hem geen catastrofe te zijn: nieuwe systemen kunnen organisch ontstaan en bestaande machtsstructuren binnendringen zonder eerst vernietigd te worden.
Dasgupta onderbouwt zijn betoog met historische voorbeelden van rijken en imperia (Rome, China, het Ottomaanse rijk) die langdurige stabiliteit en een andere vorm van politieke integratie boden dan natiestaten. Die imperiale tradities bieden zowel waarschuwingen als leermomenten: ze tonen dat grootschalige politieke verbanden verschillende groepen konden omvatten, maar evenzeer dat universele uitsluitingen of fundamentalisme ook daar voor konden komen.
Kortom: Dasgupta schetst een wereld in transitie, waarin de natiestaat zijn belofte niet langer volledig waarmaakt en waar zowel oude vormen van autoritaire legitimatie als nieuwe technologische mogelijkheden concurreren om orde te vestigen. Zijn oproep is praktisch en normatief tegelijk: zoek naar hybride, soms transnationale instituten en beleidsvormen — gevoed door een ecologisch en moreel kompas — die vrijheden en sociale bescherming op nieuwe manieren mogelijk maken.