De breuk met de VS is permanent, denkt Eurocommissaris Wopke Hoekstra
In dit artikel:
Eurocommissaris Wopke Hoekstra waarschuwt dat de EU meer dan nu moet werken met kleine, ambitieuze groepen van lidstaten om noodzakelijke hervormingen door te voeren. In zijn analyse bevindt Europa zich in een “geopolitieke winter”: een mix van economische stagnatie, de snelle opkomst van kunstmatige intelligentie en strategische dreigingen van machtige staten zoals China en Rusland dwingt tot ingrijpende veranderingen. Volgens Hoekstra duurt het besluitvormingsproces in de EU veel te lang en blokkeren landen als Hongarije en Slowakije via vetorecht vaak cruciale besluiten — soms naar eigen gewin en zelfs als chantage.
Als concreet voorbeeld noemt hij de lang vertraagde kapitaalmarktunie, bedoeld om grensoverschrijdende investeringen en kapitaalverkeer binnen de EU veel makkelijker te maken. Hoekstra zegt dat die unie nu honderden miljarden euro’s per jaar aan groeikansen kost en dat start-ups hierdoor massaal naar de VS vertrekken. Zijn ultimatum is duidelijk: lukt het niet om binnen zes tot twaalf maanden tot een akkoord te komen, dan moeten bereidwillige landen — Nederland, België, Frankrijk en mogelijk (in mindere mate) Duitsland — zelfstandig verdergaan in een “coalition of the willing”. Dit sluit aan op opmerkingen van Commissievoorzitter Ursula von der Leyen dat het dogma van unanimiteit niet langer heilig is.
Hoekstra zit sinds ruim tweeënhalf jaar in Brussel als Europees Commissaris (CDA), verantwoordelijk voor klimaat en groeivraagstukken, en is van mening dat Europa zijn klimaatdoelen moet halen zonder concurrentiekracht te verliezen. Hij signaleert een breed pakket van blijvende uitdagingen: geopolitieke spanningen, AI-disruptie, klimaatverandering, migratie en integratie, plus een structureel economisch probleem met stagnerende groei in grote lidstaten zoals Duitsland en Frankrijk. De coronacrisis heeft schulden doen oplopen en rentelasten drukken de begrotingen, waardoor noodzakelijke hervormingen uitblijven.
Op het strategische vlak maakt Hoekstra zich zorgen over de veranderende trans-Atlantische relatie. Hij verwijst naar incidenten als de ophef rond Groenland en een toespraak van de Amerikaanse senator JD Vance in München als signalen dat het Amerikaanse commitment minder vanzelfsprekend voelt. Die ontwikkeling onderstreept volgens hem de noodzaak van meer Europese strategische autonomie, inclusief een open discussie over nucleaire afschrikking — een onderwerp dat Frankrijk naar voren heeft gebracht en waarin Nederland wil meedoen.
Ten aanzien van China waarschuwt Hoekstra voor te grote afhankelijkheid van gesubsidieerde productie en kritieke grondstoffen. Hij haalt het voorbeeld van zonnepanelen aan: Europese productie verdween grotendeels onder druk van goedkoop aanbod uit China, wat kwetsbaarheden in de toeleveringsketen heeft gecreëerd. Daarom pleit hij voor beleid dat klimaatdoelen, economische weerbaarheid en industriële onafhankelijkheid samenbrengt: snellere elektrificatie, investeren in schone energie en het behoud van industrieën zoals staal om banen en strategische autonomie te beschermen.
Hoekstra houdt ook een waarschuwing voor AI: veel experts zijn somber over de beheersbaarheid van de technologie, die tegelijk kansen biedt en sectoren fundamenteel kan ontwrichten. Verder noemt hij concrete frustraties binnen de EU: terwijl de Unie worstelt met existentiële onderwerpen, blijft besluitvorming traag en raakt ze soms verstrikt in relatief triviale dossiers — met als voorbeeld het langdurige overleg over de naamgeving van vegaburgers en de blokkade rond een lening van 90 miljard euro aan Oekraïne.
Zijn visie is pragmatisch: Europa beschikt over veel vermogen — welvaart, democratische instituties en maatschappelijke veerkracht — maar die verworvenheden moeten actief en soms pijnlijk politiek worden verdedigd. De inzet is om binnen afzienbare tijd wezenlijke stappen te zetten op kapitaalmarkten, energie-onafhankelijkheid en defensie, anders riskeert de EU economische achteruitgang en strategische kwetsbaarheid.