De bloei van bijlesinstituten bewijst de crisis in het onderwijs
In dit artikel:
In Zuid-Korea en Japan is bijles al normaliter: in Zuid-Korea volgt tachtig procent van de middelbare scholieren extra les bij dure instituten en wie dat niet kan betalen, loopt grote kans geen toegang te krijgen tot een goede universiteit. De NRC signaleert dat Nederland dezelfde kant op gaat: steeds meer ouders sturen hun kinderen naar bijles om eindexamens te halen. Dat veroorzaakt stress bij tieners en kan leiden tot depressies of erger.
De reportage bouwt deels op de inzichten van onderwijssocioloog Illiass El Hadioui (Erasmus Universiteit), die het nut van bijlessen erkent maar stelt dat betere organisatie op school die afhankelijkheid kan wegnemen. Zijn rol als adviseur van een schooladviesbureau wordt in het artikel niet uitgediept. De schrijver van dit commentaar voegt daar persoonlijke herinneringen aan toe: in de jaren zestig en zeventig bestond bijles nauwelijks; leraren hadden destijds doorgaans een degelijke opleiding (MO B of academisch) en kleine, overzichtelijke scholen waar docenten zelf aanvullend lesmateriaal maakten en veel praktische vakkennis deelden.
De omslag verklaart de auteur niet met zwaardere exameneisen of gebrek aan geld, maar wijt haar aan de neerwaartse verandering van de onderwijskwaliteit en didactiek, en vooral aan de opkomst van grote onderwijsconglomeraten. Sinds de jaren tachtig, zo betoogt hij, namen pedagogen, managers en administratieve staf de overhand; scholen groeiden naar duizenden leerlingen, met dure collegebesturen en een laag aan beleidsmedewerkers. Deze functies – door sommige denkers bestempeld als “bullshit banen” – slorpen budget op en brengen een lawine aan regels, bedoeld om docenten te ontzorgen maar die vaak juist belemmeren. Tegelijkertijd blijkt uit praktijkvoorbeelden dat scholen die zich weten los te maken van starre procedures het vaak beter doen.
Bijlesinstituten verschijnen in dit beeld als symptoom: ze zijn “zwammen” op een ziek systeem. Ze verbeteren lokaal de kansen van wie ze kan betalen, maar vergroten tegelijk de maatschappelijke ongelijkheid: kinderen uit armere gezinnen blijven vaker zonder diploma en in lagere inkomenslagen belanden, terwijl rijkere gezinnen hun kinderen met extra hulp vooruit helpen. Dat reproducerende effect doet denken aan de sociale verhoudingen uit de 19e eeuw.
De politieke opgave is groot. Minister van Onderwijs Rianne Letschert krijgt een zware taak, omdat de noodzakelijke hervorming zou vragen om het afbreken van structuren die haar zelf politieke en institutionele kansen hebben geboden. De auteur wijst cynisch op de achtergrond van staatssecretaris Judith Tielen, voormalig marketeer, als teken dat marktlogica bestuurlijk doorgaat.
Tenslotte benadrukt de schrijver dat andere nationale dossiers, zoals het toeslagenschandaal en de Groninger gasaffaire, niet uit de publieke aandacht mogen verdwijnen. Hij verwijst ook naar een politieke-historische podcast als aanvullende bron.