De bloedige protesten in Iran worden herdacht met gespannen herdenkingen - terwijl op scholen en universiteiten het verzet groeit

dinsdag, 17 februari 2026 (22:49) - NRC Handelsblad

In dit artikel:

Tegelijk met indirecte Verenigde Staten-Iran-onderhandelingen in Genève vierden Iraniërs dinsdag de chehelom: de veertigste dag na het bloedig neerslaan van de protesten van 8–9 januari. Die dag, in de sjiitische traditie het einde van de intensieve rouwperiode, is in tijden van politieke onrust vaak ook het moment waarop persoonlijke rouw omslaat in collectief verzet.

Door het hele land kwamen mensen samen om doden te herdenken en tegelijk anti-regimeleuzen te scanderen. In Abdanan (West-Iran) tonen geverifieerde beelden, gedeeld door Iran International en bevestigd door NRC, dat men ‘dood aan Khamenei’ riep en dat er later ook op de menigte is geschoten. OSINT-onderzoek van NRC laat bovendien zien dat veiligheidstroepen massaal aanwezig waren bij verschillende herdenkingen en in sommige gevallen hard optraden tegen rouwenden.

De autoriteiten nemen uitgebreide veiligheidsmaatregelen uit angst voor nieuwe opstanden: begraafplaatsen zoals die in Arak werden afgesloten, bij Teherans Behesht-e-Zahra was zware beveiliging ingezet en in steden als Abdanan, Sanandaj en Qaem Shahr patrouilleerden militaire voertuigen en motoragenten om samenkomsten te verhinderen. Tegelijk probeert de regering het narratief te beheersen met officiële plechtigheden en oproepen tot deelname; hoge functionarissen wisselen vredesmanieren af met waarschuwingen en veroordelende taal richting demonstranten.

Ook onderwijsinstellingen spelen een rol: de lerarenvakbond riep 19 februari uit tot nationale rouwdag en scholen blijven dan gesloten, terwijl studenten van 26 universiteiten stakingen aankondigden voor 18–19 februari. In steden als Karaj en Isfahan steken scholieren kaarsen aan en zingen protestliederen ter nagedachtenis aan naar verluidt meer dan tweehonderd omgekomen studenten.

De chehelom heeft een bewezen politiek dynamiek: in 1978–79 en na de dood van Mahsa Amini in 2022 fungeerden veertigdaags herdenkingen als katalysator voor nieuwe protestgolven. Of dat nu opnieuw gebeurt, is onzeker, maar het regime lijkt zich bewust van die historische kracht en handelt ernaar om te voorkomen dat rouw opnieuw in grootschalige opstand verandert.