De biologische moeder van Gio en Vanessa ziet haar kinderen opgroeien bij pleegouders. 'Het missen gaat niet over'

vrijdag, 12 juni 2026 (18:42) - Dagblad van het Noorden

In dit artikel:

Gio (15) en Vanessa (14) wonen sinds hun babytijd bij pleegouders Henk (60) en Eva (57) in Groningen. Beide kinderen werden uit hun gezin in Stadskanaal gehaald omdat de thuissituatie onveilig en instabiel was. Gio kwam als acht maanden oude baby bij het stel; hij had tekenen van verwaarlozing (onder meer een afgeplat achterhoofd) en reageerde aanvankelijk weinig. Toen zijn zusje Vanessa na drie maanden ook niet bij haar moeder kon blijven, kwamen zij erbij. Henk en Eva bouwden snel een hechte band met de kinderen en zorgden voor een stabiele, liefdevolle omgeving.

De moeder, Ramona (35, gefingeerde naam), bezocht haar kinderen volgens afspraken: eerst tijdens tweewekelijkse ouderbezoeken, later zes keer per jaar. Ramona groeide zelf op in een moeilijke thuissituatie en liep als jonge moeder tegen dakloosheid, psychische problemen en middelengebruik aan. De omgang met Henk en Eva verloopt in een sfeer van wederzijds respect; de pleegouders erkennen Ramona als de biologische moeder en moedigen haar betrokkenheid aan, terwijl Ramona accepteert dat zij vanwege de grenzen die Jeugdzorg stelt geen directe dagelijkse rol kan vervullen. Ze noemt zichzelf een ouder op afstand: blij met de ontwikkeling van haar kinderen, maar verdrietig dat ze niet de moeder kon zijn die ze wilde zijn.

Na een rechtbankprocedure zijn Henk en Eva voogd van Gio en Vanessa geworden; de rechter besloot dat terugkeer naar de biologische moeder niet verantwoord was. Ramona stemde met die uitkomst, mede omdat ze op dat moment alleen en zwanger van een derde kindje was en tijd nodig had om aan zichzelf te werken. Haar jongste zoon (nu 12) woont wel bij haar. De huidige omgangsregeling laat Ramona veel niet weten over het dagelijks leven van Gio en Vanessa; bellen of appen is door Jeugdzorg beperkt, waardoor haar contact beperkt en formeel blijft.

Henk en Eva zeggen dat ze altijd hebben benadrukt dat de kinderen van henzelf zijn in de zin dat ze er voor hen zorgen, maar dat ze Ramona nooit in haar rol wilden ontkennen. Ze hebben hun huis en leven georganiseerd rondom de kinderen en hebben hen ook in hun testament opgenomen. Voor Ramona blijft het gemis voelbaar; ze hoopt ooit met haar kinderen te kunnen praten over het verleden en verontschuldigingen aan te bieden wanneer zij daar klaar voor zijn.

Context: de verhalen illustreren hoe ingewikkeld pleegzorg kan zijn wanneer jonge ouders kampen met ernstige problemen. In Nederland streeft pleegzorg ernaar kinderen zoveel mogelijk bij hun ouders te laten opgroeien, maar bij structurele onveiligheid kan de voogdij worden overgedragen. In dit geval is een relatief zeldzame, wederzijdse en respectvolle samenwerking tussen pleegouders en moeder ontstaan, met blijvende emotionele gevolgen voor alle betrokkenen.