De balans tussen harde hand en praten met de buurt raakte zoek bij dit Amsterdamse politieteam

zondag, 12 april 2026 (20:31) - Het Parool

In dit artikel:

In zuidelijk Amsterdam Nieuw-West — vanuit basisteam Nieuw-West-Zuid opererend vanaf bureau Meer en Vaart in Osdorp — is de balans tussen hard optreden en buurtgericht politiewerk de afgelopen tien jaar verstoord geraakt. Dat leidde ertoe dat agenten met Marokkaanse en Turkse achtergronden zich vaak buitengesloten, genegeerd of gepest voelden en in belangrijke mate uitstroomen. De eenheid van de Amsterdamse politie liet daarom onderzoeksbureau Governance & Integrity het werkklimaat en de sociale veiligheid op het bureau grondig onderzoeken en publiceert nu de uitkomsten om lessen voor het hele korps te trekken.

Wat er speelt
- Het district kampt met zware problematiek: georganiseerde criminaliteit, huiselijk geweld, straatintimidatie, vuurwerk- en andere aanvallen op agenten. Het gebied heeft circa 160.000 inwoners, ongeveer 57.000 jongeren, waarvan 500–1.000 regelmatig met de politie in aanraking komen. Dit maakt het werk intensief en complex.
- Binnen het basisteam verschoof het intern evenwicht: repressieve opvattingen kregen dominant terrein ten koste van preventieve, buurtgerichte benaderingen. Dit gebeurde mede door instabiele formele leiding — twaalf verschillende chefs in tien jaar — waardoor informele machtscentra konden ontstaan.

Cultuur en gevolgen
- Uit gesprekken met 65 medewerkers blijkt dat vijf tot tien informele leiders met een groep van 25–50 vertrouwelingen het werkklimaat bepaalden. Die sfeer werd omschreven als hecht, masculien en heteronormatief, met sterke nadruk op ‘boeven vangen’.
- Agenten met Marokkaanse en Turkse wortels, van wie velen zelf in het stadsdeel wonen en contact hebben met de gemeenschap, botsten op die harde lijn omdat zij signalen uit hun buurt meekregen over de effecten van repressief optreden. Hun zorgen werden volgens het onderzoek vaak niet serieus genomen; sommige collega’s beschuldigden hen van het te snel “de racismekaart trekken”.
- Het vertrek van die collega’s heeft de diversiteit van het team verder uitgehold, precies in een wijk waar culturele affiniteit belangrijk is voor effectief contact. Tegelijkertijd stroomden elk kwartaal jonge, relatief kort opgeleide aspiranten binnen die zich op natuurlijke wijze aansloten bij de heersende dominante cultuur, juist omdat er te weinig ervaren mentoren waren.

Aanbevelingen en maatregelen
- Het rapport bevat concrete aanbevelingen: versterking van de formele leiding, het terugbrengen van ervaren senioren, meer professionele en mentale ondersteuning, en verbetering van de informatiepositie over criminele netwerken en wijkdynamiek. Praktische routines zoals de debriefing na dienst zijn hersteld om open gesprekken en casuïstiek bespreekbaar te maken.
- De korpsleiding wil medewerkers stimuleren direct incidenten te melden en open te praten als zij zich buitengesloten voelen. Er komt extra aandacht voor monitoring: de stemming op bureau Meer en Vaart wordt minimaal een jaar structureel gevolgd om te zien of de werksfeer verbetert.

Kader en nuancering
- Hoofdcommissaris Peter Holla benadrukt dat het rapport openbaar is gemaakt om breder leren mogelijk te maken: Amsterdam telt zeventien basisteams en andere teams kunnen soortgelijke problemen herkennen. Hij nuanceert dat het wegtrekken van collega’s met een migratieachtergrond niet per se het gevolg is van openlijke discriminatie, maar van subtiele, sluipende processen die ongemerkt mensen buitensluiten als leiding niet scherp optreedt.
- Holla waarschuwt ook tegen vereenvoudigde oordelen: politie in deze wijken werkt onder hoge druk en de balans tussen streng optreden en het opbouwen van vertrouwen blijft moeilijk. Daarnaast wijst hij op het risico dat agenten de neiging ontwikkelen om met een gekleurde blik naar hele bevolkingsgroepen te kijken als zij steeds dezelfde groep jongeren moeten aanhouden — een dynamiek die zowel politie als bewoners kan schaden.

Betekenis en vervolg
- De publicatie van het rapport en de open bijeenkomst voor het hele basisteam (ongeveer 150 medewerkers) markeren een poging om cultuurproblemen bespreekbaar te maken en herstel in gang te zetten. De nadruk ligt op leiderschap, diversiteit, begeleiding van jonge agenten en het combineren van repressieve en preventieve politietaken.
- Het onderzoek biedt bredere lessen voor politie-eenheden die werkzaam zijn in complexe, multiculturele stadsdelen: structurele opvolging, ervaren mentors en ruimte voor kritische dialoog zijn cruciaal om zowel effectiviteit als sociale veiligheid te waarborgen.