De Argentijnse economie groeit, maar Alejandro Assumma verloor juist zijn baan, net als veel andere Argentijnen

zondag, 3 mei 2026 (15:20) - Trouw

In dit artikel:

Even buiten Buenos Aires staat de ooit trotse bandenfabriek Fate met kettingen en vakbondsvlaggen voor de poort: 920 werknemers werden na de zomervakantie op straat gezet. Alejandro Assumma, 21 jaar monteur daar, is een van hen en verdient inmiddels als Uber-chauffeur. De werknemers bezetten de fabriek en slapen in tenten bij de ingang; hulpgoederen en gedeelde maaltijden komen uit het vakbondshuis omdat uitkeringen en ontslagvergoedingen nog niet zijn betaald.

Fate, tachtig jaar oud en de enige Argentijnse producent van vrachtwagen- en tractorbanden, is exemplarisch voor een veel groter probleem. Volgens onderzoekscentrum Fundar zijn sinds het aantreden van de uiterst rechtse president Javier Milei in december 2023 ruim 24.000 bedrijven gesloten en verdwenen ongeveer 290.000 banen in ongeveer 2,5 jaar. Eigenaren wijzen op een instroom van goedkope Chinese banden na het afschaffen van importheffingen; economen zeggen dat die ultraliberale koers de binnenlandse industrie uit de markt drukt.

President Milei prees recent economische groeicijfers en minder inflatie en armoede. Maar economen zoals Eduardo Donza (Universidad Católica Argentina) benadrukken dat die groei vooral in exportgerichte, kapitaalintensieve sectoren plaatsvindt — mijnbouw, landbouw, financiële diensten — die relatief weinig banen bieden. Tegelijk slinkt de maakindustrie, groeit de informele economie en neemt bestaansonzekerheid toe. Officiële werkloosheid ligt rond 7,5 procent, lager dan in sommige Europese landen, maar dat cijfer verbergt de slechte kwaliteit van veel werk: veel mensen zijn technisch gezien 'in arbeid' maar op precair, onverzekerd werk aangewezen.

Bijna de helft van de bevolking (43 procent) doet volgens het artikel informeel en ongeschoold werk: Uber- of maaltijdbezorger, autoruiten wassen, karton verzamelen. Vakbondsvertegenwoordiger Belén d’Ambrosio signaleert dat de platformeconomie enorm is gegroeid — meer dan een miljoen mensen werken inmiddels via platforms — wat leidt tot verzadiging en dalende opbrengsten; mensen moeten soms 12–14 uur per dag werken om rond te komen.

Op individueel niveau ontstaan schrijnende gevallen: oudere arbeiders zonder auto of met zorgintensieve kinderen vinden geen passend alternatief; jongere generaties zien afnemende kansen op geschoolde banen. Donza waarschuwt dat langdurige krimp van geschoolde arbeidsplaatsen ongelijkheid en armoede kan vergroten, met maatschappelijke risico’s zoals hogere criminaliteit.

Als antwoord pleit Donza voor een herstel van de verwerkende industrie: meer toegevoegde waarde maken in Argentinië zou een middenweg kunnen vormen tussen Milei’s liberalisme en het protectionisme van Peronistische stromingen. Tot die structurele keuze gemaakt wordt, blijven veel ontslagen arbeiders afhankelijk van liefdadigheid, juridische procedures en tijdelijke platformbanen, terwijl de toekomst van fabrieken als Fate onzeker blijft.