De Amerikaanse toerist liet zich steunend op een bankje zakken: 'Ik ben zulke lange wandelingen niet gewend'
In dit artikel:
Ik zat op het bankje voor Tjin’s in De Pijp een broodje bakkeljauw te eten toen een stokoud Amerikaans echtpaar, begeleid door een jong Amsterdams gidsmeisje, bijkwam van een ‘Amsterdam food tour’. De gids hield een vlotte uitleg over het culinaire erfgoed van Nederland en de voormalige Surinaamse kolonie — van slavernij en contractarbeid tot roti, bami, bojo en kouseband — terwijl de twee toeristen, duidelijk uit de Midwest en rond de 75, vooral vermoeid en licht verveeld reageerden.
Na haring bij een eerdere stop leidde het groepje Tjin’s binnen. Het meisje serveerde twee bakjes met onder andere pom, een ovenschotel op basis van een knol die aan zoete aardappel doet denken en die verrassend met sinaasappelsap wordt klaargemaakt, plus een scherpe gele pepersaus. De man toonde zich terughoudend bij pittig eten en wilde weinig proeven; de vrouw haalde dapper een hapje en probeerde enthousiast te zijn, maar kreeg spijt van de reis die haar idee bleek te zijn.
De column schetst met humor en mededogen de botsing tussen toeristische nieuwsgierigheid en ouderdomsweerstand tegen nieuwe smaken, en plaatst de scène in een herkenbare, menselijke context — inclusief een licht ironische verwijzing naar oudere personages uit Jonathan Franzen’s The Corrections.