De Amerikaanse gangsterpolitiek is een evidente aanval op de internationale rechtsorde
In dit artikel:
De Amerikaanse regering heeft aangekondigd sancties op te leggen aan Tomoko Akane, president van het Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag. Daarmee zijn inmiddels negen van de achttien zittende ICC-rechters persoonlijk door Amerikaanse maatregelen getroffen. Volgens de auteur is dit geen gewoon juridisch conflict, maar een aanval op de internationale rechtsorde en een test voor de Europese onafhankelijkheid van de Verenigde Staten.
De sancties hebben ingrijpende gevolgen voor de betrokken rechters. Zij kunnen geen Amerikaanse bankrekeningen gebruiken, geen online aankopen of boekingen doen en ondervinden problemen bij het betalen van huur of het afsluiten van abonnementen. Ook mensen en organisaties die hen helpen, kunnen worden gesanctioneerd. Door deze uitsluiting van het normale economische verkeer wordt gesproken van ‘civil death’. Banken en bedrijven, ook in Europa, mijden het ICC uit angst voor Amerikaanse secundaire sancties. Daardoor dreigt het hof financieel en praktisch verlamd te raken.
De Amerikaanse terughoudendheid tegenover internationale rechtsinstituties kent een lange geschiedenis. Washington steunde wel de ontwikkeling van internationaal recht, maar weigerde zich er vaak zelf aan te onderwerpen. De VS ondertekenden het Statuut van Rome uit 1998, waarmee het ICC werd opgericht voor de vervolging van oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid en genocide, maar ratificeerden het niet. President George W. Bush trok de Amerikaanse handtekening in 2002 in. Zijn regering sloot bovendien akkoorden die uitlevering van Amerikanen aan het ICC moesten voorkomen en nam de zogenoemde Hague Invasion Act aan.
De directe sanctiecampagne tegen het hof begon in 2020, toen de eerste regering-Trump ICC-medewerkers strafte vanwege een onderzoek naar mogelijke Amerikaanse oorlogsmisdaden in Afghanistan. De huidige Amerikaanse vijandigheid gaat volgens de auteur verder dan eerdere spanningen, omdat de regering economische en financiële macht inzet tegen bondgenoten en internationale instellingen. Een vergelijkbaar mechanisme was zichtbaar na het Amerikaanse vertrek uit het nucleaire akkoord met Iran in 2018. Europese bedrijven trokken zich toen grotendeels uit Iran terug uit angst de toegang tot de Amerikaanse markt en het internationale dollarsysteem te verliezen, ondanks Europese pogingen hen juridisch te beschermen.
De Europese Unie beschikt sinds 1996 over een Blokkeringsverordening, die bedrijven in bepaalde gevallen verbiedt buitenlandse sancties te volgen en schadevergoeding mogelijk maakt. Sommige lidstaten willen deze regeling opnieuw inzetten voor het ICC, maar de Europese Commissie aarzelt vanwege het risico op escalatie en de moeilijke handhaving. Vooralsnog blijven vooral principiële verklaringen over de waarde van internationaal recht over.
Tegelijk probeert Europa zijn afhankelijkheid van Amerikaanse technologie en financiële infrastructuur te verkleinen. Overheden migreren naar Europese software, terwijl de EU werkt aan digitale identiteit, data-soevereiniteit en Europese cloudvoorzieningen. De digitale euro zou transacties buiten Amerikaanse banken om mogelijk maken en zo de werking van dollar-sancties beperken. De invoering verloopt echter traag en wordt onder meer door extreemrechtse partijen bestreden.
De sancties tegen het ICC maken volgens de auteur duidelijk dat Europa alternatieven nodig heeft voor Amerikaanse financiële en technologische diensten. De bescherming van het hof is daarmee niet alleen een kwestie van internationale rechtsorde, maar ook van Europese soevereiniteit.
Vandaag Inside: Dave Maasland zucht na opmerking Jesse Klaver: ‘Dit is echt een hele slechte vergelijking!’