De aanval op Democraat Ilhan Omar lijkt een direct gevolg van Trumps lastercampagnes
In dit artikel:
Afgevaardigde Ilhan Omar uit Minnesota is recentelijk bespoten met een stinkende vloeistof tijdens een bijeenkomst met kiezers in Minneapolis. Een 55-jarige man stormde het podium op en werd snel gearresteerd; Omar veegde haar trui af en vervolgde haar toespraak waarin ze kritiek leverde op de inzet van migratiepolitie ICE in Minnesota en eiste dat minister Kristi Noem opstapte wegens onjuistheden rond recente dodelijke incidenten. Omar zei achteraf dat het haar niet zal afschrikken haar werk te blijven doen.
De aanval komt niet los van de verhoogde spanningen rond een omvangrijk fraudeschandaal en de politieke retoriek daaromheen. Eind december publiceerde de rechtse YouTuber Nick Shirley een populaire exposé over vermeende nep-kinderdagverblijven gerund door Somalische families in Minnesota; die video werd miljoenen keren bekeken en door het Witte Huis geprezen. Op basis daarvan bevroren federale instanties ongeveer 185 miljoen dollar aan kinderopvangtoelagen. Onderzoekende media zoals CBS en The New York Times konden Shirley’s aantijgingen echter niet verifiëren, en lokale autoriteiten stellen dat veel bezochte locaties regelmatig werden gecontroleerd zonder aanwijzingen voor grootschalige fraude.
Toch bestaat in Minnesota wél langdurige en ernstige fraude met sociale voorzieningen; de meest opvallende zaak betreft de stichting Feeding Our Future, die tijdens de coronaperiode voor honderden miljoenen aan schoolmaaltijden in rekening bracht zonder die daadwerkelijk te leveren. Bij die en andere onderzoeken zijn vaak Somaliërs betrokken, maar aanklagers zeggen dat kinderopvangsubsidies niet structureel het primaire focusgebied van georganiseerde fraude zijn en dat er geen overtuigend bewijs is voor een gecoördineerd Somalisch netwerk achter de vermeende kinderdagverblijven.
De politieke context verhevigt de situatie: president Trump voert al langere tijd felle aanvallen op Omar en de Somalische gemeenschap, met racistische en xenofobe taal op sociale media en in toespraken. Hij koppelde Omar’s vermeende vermogen en het fraudeschandaal expliciet aan elkaar en suggereerde zelfs dat Somaliërs “de straten van Minnesota overnemen”. Critici zien dit als een strategie om de Democratische staatregering en gouverneur Tim Walz onder druk te zetten; Walz kondigde later aan zich niet te herkiesbaren, mede door de politieke polariteit rond deze kwesties.
Kortom: de fysieke aanval op Omar is zowel een individueel gewelddadig incident als een symptoom van een brede, gepolitiseerde golf van beschuldigingen en scherpe retoriek tegen de Somalische gemeenschap in Minnesota — een gemeenschap die ongeveer veertig procent van de circa 260.000 Amerikaanse Somaliërs huisvest — terwijl onderzoek naar de specifieke beschuldigingen over kinderdagverblijven gaten toont en bewijzen ontbreken.