De 3 grote leugens over mammografiescreening
In dit artikel:
Deense arts en onderzoeker Peter Gøtzsche stelt in een artikel voor het Brownstone Institute dat vrouwen al meer dan veertig jaar verkeerd worden voorgelicht over mammografiescreening. Gøtzsche — medeoprichter van de Cochrane Collaboration en voormalig hoogleraar klinisch onderzoeksdesign in Kopenhagen — baseert zijn kritiek op gerandomiseerde klinische onderzoeken en systematische reviews en trekt vier hoofdconclusies.
1) Screening redt geen levens: volgens de best uitgevoerde gerandomiseerde studies is er geen verschil in totale sterfte tussen gescreende en niet-gescreende groepen. Lange follow-ups (soms >20 jaar) laten een verhouding rond 1,00 zien, wat inhoudt dat screening de algemene kans op overlijden niet vermindert. Gøtzsche waarschuwt bovendien dat borstkankersterfte als maat vatbaar is voor bias doordat doodsoorzaken niet altijd blind of objectief werden vastgesteld.
2) Overdiagnose is omvangrijk: een groot deel van de via screening gevonden borstkankergevallen betreft tumoren of voorstadia die zonder screening nooit klachten zouden hebben gegeven. Hij schat dat ongeveer 35% van de invasieve borstkankers via screening mogelijk overdiagnose zijn; inclusief carcinoma in situ kan dat tot circa 52% oplopen. Omdat artsen niet betrouwbaar kunnen onderscheiden welke afwijkingen gevaarlijk zijn, volgen vaak operaties, bestraling en chemotherapie die voor veel vrouwen onnodig zijn en zelf risico’s met zich meebrengen.
3) Vroege detectie is misleidend: studies naar tumorgroei zouden erop wijzen dat een tumor gemiddeld jarenlang aanwezig kan zijn voordat hij een mammogram zichtbaar wordt — Gøtzsche noemt circa 21 jaar — en dat screening de diagnose gemiddeld minder dan een jaar vervroegt. Daardoor is het beeld van “vroegtijdig opsporen” volgens hem grotendeels vertekend.
4) Meer ingrijpende behandelingen en veel fout-positieven: in gerandomiseerde analyses trad in de gescreende groepen ongeveer 31% meer borstamputaties op. Daarnaast krijgt tussen een kwart en de helft van de vrouwen die regelmatig meedoen minstens één keer een fout-positief resultaat, met bijkomende onderzoeken, biopsieën en langdurige stress tot gevolg.
Gøtzsche levert ook kritiek op medische organisaties en onderzoeksgroepen die volgens hem voordelen overspelen en nadelen bagatelliseren; hij verwijst naar spanningen met Cochrane toen zijn update werd geweigerd uit vrees voor controverse. Hij hekelt uitnodigingspraktijken die vrouwen vooraf geplande afspraken sturen en herinneren, omdat die deelname bevorderen zonder volledige informatie over risico’s.
Op basis van zijn analyse pleit Gøtzsche ervoor nationale screeningsprogramma’s te herevalueren en vrouwen eerlijker te informeren over zowel mogelijke voordelen als de aanzienlijke nadelen van mammografiescreening.