David uit Minneapolis brengt buren naar hun werk zodat ICE hen niet kan pakken
In dit artikel:
In de Phillipsbuurt van Minneapolis leven veel latino-migranten in constante angst door een zichtbare toename van ICE-agenten (Immigration and Customs Enforcement). David, wiens volledige naam bij de hoofdredactie bekend is, rijdt dagelijks rond met een auto om kwetsbare buurtgenoten zoals José en Maria* uit Ecuador veilig naar hun werk te brengen; alleen zo vermijden ze volgens hem de straatgrepen van ICE. Hoewel veel bewoners wel een verblijfsvergunning of Amerikaans paspoort hebben, worden ook zij soms willekeurig aangehouden — agenten zouden quota nastreven en niet altijd vooraf controleren of iemand rechtmatig opgepakt mag worden. Dat leidt tot detenties die uren of dagen duren; sommige nabestaanden worden honderden kilometers afgevoerd naar detentiecentra in Texas.
Omdat huisbetreding door ICE zonder gerechtelijk dwangbevel doorgaans niet is toegestaan, concentreert de handhaving zich op straten, bushaltes en geparkeerde auto’s. Die praktijk heeft de openbare ruimte van de latinogemeenschap grotendeels veranderd: kerken die vroeger honderden kerkgangers trokken, lopen nu leeg uit angst; veel scholen en speeltuinen zijn onbereikbaar voor kinderen; lokale winkels en restaurants op Lake Street staan massaal dicht of houden hun deuren op slot. Zelfs een poging in januari om het consulaat van Ecuador binnen te komen illustreert de gespannen verhoudingen.
Tegelijkertijd groeit onder bewoners en kerkelijke netwerken een informele zorginfrastructuur: mensen organiseren ritten, verzamelen geld voor huur en eten, tekenen voogdijpapieren voor kinderen van alleenstaande ouders en bezorgen maaltijden om bedrijven overeind te houden. Voor velen is religie een belangrijke steunpilaar tijdens deze periode. De gevolgen zijn bitterzoet: de angst ontwricht levens en economie, maar dwingt de gemeenschap ook tot meer onderlinge solidariteit.
(*Namen gefingeerd uit veiligheidsredenen.)