Datacenter Lelystad slurpt straks twee keer zoveel als de hele stad

dinsdag, 10 februari 2026 (15:43) - Fok!

In dit artikel:

Bij bedrijventerrein Flevokust Haven in Lelystad komt een datacenter van de Amerikaanse reus Equinix dat naar capaciteit veel meer elektriciteit kan verbruiken dan alle huidige inwoners en bedrijven van de stad samen. De gemeente gaf vijf jaar geleden toestemming voor een project met een gepland vermogen van 150 megawatt, maar maakte toen een veel te optimistische inschatting van het stroomverbruik. Gemeentelijke notities stelden het gelijk aan enkele duizenden huishoudens; onafhankelijke berekeningen komen nu uit op een veel groter beeld: energiedeskundigen spreken van het equivalent van tienduizenden tot zelfs tweehonderdduizend huishoudens, en een andere berekening plaatst het potentieel op het niveau van een half miljoen huishoudens. De gemeente rekent inmiddels zelf met een gemiddeld verbruik van circa 86 MW en 753 GWh per jaar — bijna twee keer het huidige elektriciteitsgebruik van Lelystad.

Formeel valt het project buiten het landelijke verbod op de grootste datacenters (sinds 2022 van toepassing op locaties met minstens 70 MW en 10 hectare buiten aangewezen zones) omdat Equinix de gebouwen binnen 7,5 hectare houdt. Critici vinden dat hiermee het doel van concentratie van stroomintensieve datacenters in speciale zones wordt ondermijnd. Equinix wijst juist op de gunstige ligging: pal naast een hoogspanningsstation van TenneT en een grote gascentrale, waardoor volgens het bedrijf voldoende stroom beschikbaar is. Tegenstanders waarschuwen dat aansluiting op een gascentrale jarenlange extra gasgestookte productie vereist en het vroegtijdig sluiten daarvan vrijwel onmogelijk maakt. De vergunning is verleend en Equinix bereidt bouw voor; het bedrijf zegt dat huidige grenzen verouderd zijn en dat op deze locatie nog veel meer capaciteit mogelijk is. Advies uit de discussie: verplaats energiegebruik naar daluren om het net te ontlasten.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Tina Nijkamp houdt het niet meer na opmerkingen van Valentijn Driessen: 'Sorry!'