Data-analyse: 1 op 1.500 coronavaccinaties leidde tot extra sterfgeval

zondag, 5 april 2026 (07:12) - NieuwRechts.nl

In dit artikel:

Data-analist Herman Steigstra stelt op basis van een vergelijking tussen vaccinatiegolven en oversterfte in meerdere jaren vast dat ongeveer één op de 1.500 coronavaccinaties zou leiden tot een extra sterfgeval in de weken na toediening. Zijn berekening — die volgens hem overeenkomt met een vergelijkbare schatting van drie jaar geleden — komt voort uit het koppelen van aantallen toegediende prikken aan tijdelijke pieken in oversterfte bij zes grote vaccinatierondes. Steigstra meldt dat die pieken het duidelijkst zichtbaar zijn kort na vaccinatie, met de hoogste correlatie circa 1,5 week na het prikmoment.

De analyse bestrijkt ook een internationale vergelijking van 34 landen (ruim 818 miljoen inwoners), waaruit hij een vergelijkbare orde van grootte (ongeveer 60 extra doden per 100.000 vaccinaties) ziet. Dat, zo betoogt hij, suggereert dat het patroon niet uitsluitend een Nederlands verschijnsel is. Tegelijk erkent Steigstra meerdere onzekerheden: zijn werkwijze is niet precies, sommige periodes (zoals 2021, waarin covid-sterfte en andere invloeden samenlopen) zijn lastig te interpreteren, en zijn methode levert geen sluitend causaal bewijs maar hooguit een aanwijzing op basis van openbare cijfers.

Als de verhouding van circa 67 extra doden per 100.000 vaccinaties klopt, zou dat volgens medische maatstaven een relatief hoge bijwerkingensterfte betekenen; gewoonlijk worden dodelijke vaccinbijwerkingen beschouwd als zéér zeldzaam (veelal onder 1 per 10.000). Steigstra trekt op grond van zijn bevindingen ook vraagtekens bij onderzoeken die vaccinatie als sterk levensreddend presenteren.

Belangrijke kanttekeningen bij deze claims: het onderzoek is ecologisch van aard — het vergelijkt populatiegegevens over tijd — en kan verstorende factoren (zoals leeftijdsverdeling van gevaccineerden, gelijktijdige covid‑golven, of andere oorzaken van oversterfte) niet uitsluiten. Dergelijke correlaties kunnen aanwijzingen geven, maar om een oorzakelijk verband vast te stellen zijn individuele patiëntgegevens, klinische onderzoeken of gedetailleerde statistische correcties nodig. Voor wie dat relevant vindt, betekent dit dat aanvullende, rigoureuze analyses en onafhankelijke controle door gezondheidsautoriteiten nodig zijn om de bevindingen te bevestigen of weerleggen.