Dat box 3 toch op de schop gaat zorgt voor opgetrokken wenkbrauwen in Kamer
In dit artikel:
In de Tweede Kamer is veel ongenoegen over het plotselinge besluit van het kabinet om het net aangenomen wetsvoorstel voor box 3 opnieuw te laten onderzoeken. Minister Eelco Heinen kondigde eind februari onverwacht aan dat wijzigingen nodig zijn; half februari stemde de Kamer onder tijdsdruk al in met het nieuwe stelsel dat per 2028 moet ingaan. De haast was ingegeven door een Hoge Raad-uitspraak waardoor de staat jarenlang miljarden misloopt.
Het huidige wetsontwerp, dat nu in de Eerste Kamer ligt, bevat alleen voorwaartse verliesverrekening: verliezen mogen later worden gecompenseerd, maar niet met eerdere winsten. JA21 probeerde eerder achterwaartse verrekening te laten opnemen, maar het toenmalige kabinet zei dat de Belastingdienst dat nog niet technisch kon uitvoeren en dat het tot minder opbrengst zou leiden; dat amendement werd toen weggestemd. Nu onderzoekt het kabinet alsnog of beide richtingverrekeningen uitvoerbaar zijn; de Belastingdienst is gevraagd een uitvoeringstoets te doen en ook andere onderdelen van het voorstel worden herzien.
Veel kritiek richt zich op de geplande aanwasbelasting: belasting op jaarlijkse waardestijgingen van aandelen, ook als die winsten nog niet gerealiseerd zijn. Start-ups en scale-ups zijn uitgezonderd. Sommige Kamerleden prefereren een systeem zoals bij onroerend goed, waarbij belasting pas bij verkoop of overdracht verschuldigd wordt. Op termijn staat in het coalitieakkoord een volledige vermogenswinstbelasting, maar die is complex en levert waarschijnlijk minder op.
Externe druk — onder meer door opmerkingen van internationale figuren zoals Elon Musk en prins Constantijn — speelde volgens het kabinet mee bij de heroverweging. Staatssecretaris Eelco Eerenberg benadrukte dat de regering de groeiende onrust over het investeringsklimaat serieus neemt. Een motie van JA21 en ChristenUnie voor achterwaartse verliesverrekening is aangenomen; Eerenberg gaat nu uitzoeken hoe aanpassingen mogelijk zijn en waar de tientallen miljoenen of miljarden aan benodigde dekking binnen het “vermogensdomein” vandaan komen.