Darifa en Nora staan al 25 jaar op de bres voor vrouwen in Amsterdam: 'Wij doen alles uit ons hart en dat voelen mensen'

woensdag, 18 maart 2026 (17:31) - Het Parool

In dit artikel:

Al meer dan een kwart eeuw vormen Darifa Benhadhoum (56) en Nora Aamour (54) in Amsterdam-West een vangnet voor kwetsbare vrouwen. Vanuit hun buurthuis in de Van Limburg Stirumstraat (Staatsliedenbuurt) werkt hun stichting Samen Sterk Vrouwen West laagdrempelig: iedereen met een hulpvraag is welkom, of het nu gaat om eenzaamheid, depressie of hulp bij praktische vaardigheden. Hoewel ze elkaar al lang geleden troffen, bestond de formele stichting pas tien jaar; het vrijwilligerswerk zelf loopt al veel langer.

Beide vrouwen zijn Marokkaanse immigranten (Benhadhoum uit Tanger, Aamour uit Tétouan) en kwamen respectievelijk in 1995 en 1990 naar West. Hun eigen ervaringen met heimwee, taalbarrières en isolement gaven aanleiding tot het initiatief: een plek waar vrouwen zich veilig voelen, hun verhaal kwijt kunnen en stap voor stap zelfvertrouwen terugwinnen. De aanpak is praktisch en empathisch: luisteren, begeleiden en eenvoudige, direct toepasbare vaardigheden bijbrengen.

Het aanbod varieert van creatieve en ontspannende activiteiten (haken, breien, zumba) tot cursussen die zelfstandigheid vergroten: computerlessen, fietslessen, een cursus gezond ontbijt en conversatielessen met rollenspelen om groepsgenoten voor te bereiden op gesprekken bij de dokter of op school. Die praktische oefeningen leren vrouwen wat ze kunnen vragen of zeggen en helpen vooral om durf en zelfvertrouwen te kweken. De sfeer is gericht op wederkerigheid en onvoorwaardelijke steun; zoals Aamour het verwoordt, zijn zij ervaringsdeskundigen die helpen zoals zij zelf geholpen wilden worden.

Wat ooit begon met twee vrouwen is uitgegroeid tot een organisatie met meer dan twintig vrijwilligers — vaak voormalige hulpontvangers — en een vierkoppig bestuur. Benhadhoum schat dat ze wekelijks meer dan tien mensen zien; over de jaren gaat het om duizenden mensen. Veel oud-deelnemers keren later terug om te bedanken: zichtbaar veranderd, “van cocon naar vlinder”, zoals zij het omschrijven. De dames hanteren een simpele morele vuistregel: goede daden hoeven geen erkenning; een Arabisch gezegde dat ze vaak noemen luidt ongeveer: doe iets goeds en gooi het in de zee.

De impact van hun werk bleef niet onopgemerkt. In 2014 werden ze genomineerd door Het Parool als Amsterdammer van het Jaar en in 2022 werden ze benoemd tot Ridders in de Orde van Oranje-Nassau door burgemeester Femke Halsema, die hun betrokkenheid en jarenlange inzet prees. Hun project illustreert hoe kleinschalige, op vertrouwen gebaseerde initiatieven een belangrijke rol spelen in het opvangen van mensen die tussen de wal en het schip van formele zorg vallen — vooral in tijden waarin sociale samenhang onder druk staat.