Dankzij Tante Leen eindigde Johnny Jordaan na omzwervingen weer in Amsterdam, met uitzicht op zijn geliefde Westertoren

vrijdag, 10 juli 2026 (09:02) - Het Parool

In dit artikel:

Johnny Jordaan, geboren als Johannes Hendricus van Musscher in 1924 op de hoek van de Lijnbaansgracht en de Rozenstraat, groeide uit tot het bekendste zangicoon van de Amsterdamse Jordaan. In 1955 won hij een talentenjacht van platenmaatschappij His Master’s Voice, die op zoek was naar de beste Jordaanstem. Na voorrondes in het Roothaanhuis en de finale in hotel Krasnapolsky maakte hij met **De parel van de Jordaan** zijn doorbraak; het nummer werd een enorme hit en zette, samen met **Tante Leen** — die tweede werd met **Hand in hand** — het Jordaanlied stevig op de kaart.

Daarna kreeg zijn leven een minder glanzende wending. Door slecht zakelijk beheer kwam hij in 1962 in financiële problemen. Tante Leen hielp hem nog bij de start van een cabaretcafé in Rotterdam, maar ook dat liep stuk toen de Belastingdienst ingreep. In 1966 verhuisde hij naar Antwerpen, waar hij een volkscafé begon, maar hij voelde zich daar ongelukkig en geïsoleerd. Volgens biograaf Bert Hiddema ging het daar vooral mis toen hij de zaak naar zijn eigen smaak Jordaanse sfeer wilde geven en het vaste publiek wegbleef.

Opnieuw was het Tante Leen die aan de bel trok: zij vond dat hij in Antwerpen “dood aan heimwee” zou gaan. Uiteindelijk betaalde zijn platenmaatschappij zijn belastingschuld en zorgde een nieuw lied van Harry de Groot, **’n Pikketanussie**, voor een nieuwe succesgolf. Zijn omzwervingen eindigden uiteindelijk in Amsterdam, net buiten de Jordaan aan het Frederik Hendrikplantsoen, waar hij weer uitzicht had op de Westertoren en dichter bij zijn geliefde buurt leefde.

BEKIJK OOK:

De Oranjezomer: Victor Vlam over het tv-mysterie rond Gordon: 'Dat is grootspraak van hem!'