Daniel (22) vond een kamer op de Prinsengracht voor 400 euro, maar: 'Foto's klopten niet bij de plek'
In dit artikel:
Daniel Hakvoort (22) wilde na zijn mbo in Doetinchem vorig jaar verder studeren aan de Hogeschool van Amsterdam en begon meteen met het zoeken naar woonruimte. Hij schreef zich in bij Woningnet, probeerde Roommatch en speurde Facebookgroepen af, maar ondervond meteen de keiharde kanten van de Amsterdamse woningmarkt: valse advertenties, overvolle hospiteeravonden en weinig respons ondanks veel sollicitaties. Zo stuurde hij ongeveer twintig berichten maar kreeg slechts één keer een uitnodiging voor een bezoek, waar hij uiteindelijk niet werd gekozen.
Toen zijn studie in september startte, bleef een kamer uit; hij reisde dagelijks twee uur heen en weer, wat spanningen thuis veroorzaakte. In januari reageerde hij samen met een kennis op een vrijgekomen studio via een leegstandbeheerbedrijf in West: in een oud schoolgebouw bij het Rembrandtpark. De huur bleek echter te hoog voor één persoon (€1.040). Daniel stelde zijn vriendin Zoë, met wie hij sinds zijn negentiende is, voor om samen te gaan wonen. Zij stemde toe en ze kregen een beganegrondstudio van 46 m2 toegewezen. Dankzij huurtoeslag betalen ze samen ongeveer €600 per maand, een bedrag dat voor hen haalbaar is.
Het verblijf geldt tot augustus; daarna willen ze samen verder zoeken. Ze zien deze periode als een proef om samenwonen uit te proberen en lijken daar content mee. Beide werken of studeren in Amsterdam: Daniel werkt bij café Tweede Thuys in De Baarsjes, Zoë studeert aan de HKU en werkt in de zorg; die zorgfunctie kan mogelijk recht geven op woonvoorrang, een optie die ze nog willen onderzoeken. Ze geven praktische tips aan medestudenten: vooral in de zomermaanden en aan het begin van het studiejaar komen vaker kamers vrij en is het slimmer om actief te reageren.
Kortom: Daniel’s verhaal illustreert de druk op de Amsterdamse studentenhuisvesting — lange reistijden, concurrentie en louche aanbiedingen — maar toont ook hoe combinaties van samenwonen en financiële steun (huurtoeslag, eventueel voorrang door werk in de zorg) een haalbare oplossing kunnen bieden.