Daisy strijdt tegen 'weeshuistoerisme': 'Grote show om westerlingen te vermaken'

woensdag, 13 mei 2026 (09:45) - RTL Nieuws

In dit artikel:

Twintig jaar geleden reisde Daisy na haar eindexamen als goedbedoelende vrijwilliger naar een weeshuis in een bergdorp in het noorden van India. Ze had geen leservaring, sprak geen Hindi en hoefde geen VOG te overleggen. Wat aanvankelijk als een kans voelde om de wereld te zien en iets terug te doen, veranderde al snel in het besef dat haar inzet weinig tot geen structurele hulp bracht voor de kinderen en wel bijdroeg aan een lucratieve industrie rond ‘weeshuistoerisme’.

Wat gebeurde: Daisy gaf twee maanden Engelse les aan klassen met 30–40 kinderen die vaak onregelmatig op school kwamen. Er waren geen methodeboeken of duidelijke lesplannen; vrijwilligers moesten zelf materiaal kopen en kregen nauwelijks pedagogische begeleiding. Het dorp was overspoeld met westerse vrijwilligers — tientallen tegelijk — en het dagelijkse verloop van vrijwilligers zorgde ervoor dat kinderen vooral hechtingsproblemen ontwikkelden in plaats van stabiel onderwijs of zorg te ontvangen.

Waarom dit problematisch is: onderzoek en organisaties zoals Unicef schatten dat 80–90% van de kinderen in zulke instellingen geen echte wees is maar uit arme gezinnen komt. Ouders worden vaak misleid met beloftes over onderwijs en verzorging en betalen soms hoge kosten, waarna terugkeer of toezicht moeilijk is. Weeshuizen kunnen economisch functioneren doordat toeristen en vrijwilligers betalen voor verblijf en ‘ervaringen’, terwijl relatief weinig geld de kinderen bereikt. Bovendien ontstaan grote risico’s op misbruik: er is weinig screening van vrijwilligers, waardoor mensen met kwade bedoelingen toegang krijgen. Er zijn ook schrijnende meldingen van kinderen die uitbuiten financieel of perverse prikkels — zelfs verminking om donaties op te wekken — en uiteindelijk op straat worden gezet als ze geen opbrengst meer leveren.

Daisy’s omslagpunt kwam tijdens een studie Humanitarian Management in Zuid-Afrika en het lezen van Linda Polmans werk, dat haar hielp zien dat humanitaire hulpverlening en voluntourism vaak marktmechanismen volgen in plaats van het belang van kinderen centraal te stellen. Ze ging daarna jarenlang als impactmanager in de reiswereld aan de slag om bedrijven te weerhouden mee te werken aan de exploitatie van kinderen in weeshuizen.

Acties en adviezen: uit haar ervaring ontstond ook een roman, Geen Weesmeisje, bedoeld voor jongeren die een tussenjaar overwegen. Daisy pleit er expliciet voor om niet in weeshuizen te gaan werken of te betalen voor ‘opgeleukte’ schoolbezoeken. In plaats daarvan raadt ze aan lokale vormen van vrijwilligerswerk, reizen zonder sensatieverhalen rond hulpbehoevende kinderen of directe ondersteuning van gezinnen en lokale organisaties die kinderen dichter bij huis houden en op lange termijn helpen. Haar kernboodschap: “Kinderen zijn geen toeristische attractie.”

Context: het verhaal van Daisy illustreert een bredere kritiek op voluntourism: goedbedoelde individuele acties kunnen onbedoeld structurele schade veroorzaken als ze niet passen in verantwoorde, langetermijnzorg en –educatie en als marktlogica tussenkomst en toezicht ondermijnt. Wie wil bijdragen aan internationale hulp doet er volgens haar beter aan te kiezen voor transparante organisaties, steun aan familiegerichte programma’s of vrijwilligerswerk met bewezen kwaliteit en continuïteit. Daisy zegt dat ze, als ze toen had geweten wat ze nu weet, nooit was gegaan — haar ervaring heeft haar juist gemotiveerd om deze vorm van toerisme te bestrijden.