Dag twee van de corona-enquête: de ernst drong buiten Brabant maar moeilijk door
In dit artikel:
Op de tweede dag van de parlementaire coronahoren schetsten getuigen uit Brabant de verwarring en hoge druk tijdens de allereerste fase van de pandemie. In maart 2020 liepen ziekenhuizen in het zuiden snel vol; buiten Brabant heerste aanvankelijk een veel minder alarmerende inschatting. Burgemeester Jack Mikkers vertelde hoe hij samen met collega’s vroeg ingreep door samenkomsten boven de duizend personen te verbieden — een ingrijpend besluit dat onder meer zorgde dat palliatieve evenementen voor kinderen moesten vervallen. Mikkers noemde die keuzes zwaar en emotioneel belastend voor gemeenten.
Medisch microbioloog Jan Kluytmans (Amphia Ziekenhuis, Breda) plaatste het werkelijke probleem in scherp relief: in zijn regio was het “één voor twaalf”. Alleen door patiënten verplicht te spreiden naar ziekenhuizen buiten Brabant konden ‘Noord-Italiaanse toestanden’ en het dreigende code zwart — situatie waarin zorg niet langer voor iedereen gewaarborgd kan worden — worden voorkomen. Tegelijk onderstreepte hij dat collega’s elders in het land aanvankelijk zeiden dat er nergens iets aan de hand was, waardoor het moeilijk was om die urgentie landelijk te laten doordringen.
Bestuurlijk ontstond een kloof: Brabanders vroegen premier Mark Rutte intern om regie, en Rutte trad naar voren met landelijke persconferenties en steunbetuigingen richting lokale bestuurders. Mikkers waardeerde die rol, maar bleef terughoudend over sommige retrospectieve oordelen: het vroegtijdig afgelasten van carnaval vóór de eerste Nederlandse patiënt vond hij destijds geen optie, al erkende Kluytmans dat een lockdown zelfs enkele dagen eerder veel besmettingen had kunnen voorkomen vanwege de exponentiële verspreiding.
De avondklok kwam ook ter sprake; Mikkers omschreef die maatregel als een ‘worsteling’ waarvoor hij met tegenzin steun gaf vanwege de ingrijpende vrijheidsbeperking. De commissie zet de verhoren deze week voort: oud-Kamervoorzitter Khadija Arib en Jaap van Dissel (toen OMT-voorzitter) verschijnen nog, nadat op de eerste openbare dag viroloog Marion Koopmans en oud-minister Bruno Bruins hun ervaringen deelden. De centrale thematiek blijft hoe regionale crisiservaringen sneller en effectiever in landelijke beleidsbeslissingen vertaald hadden kunnen worden.