Daders van kunstroof Assen krijgen drie jaar en elf maanden cel, ook de man die géén deal sloot met justitie

vrijdag, 5 juni 2026 (15:17) - Het Parool

In dit artikel:

Drie verdachten van de roof uit het Drents Museum in Assen — Jan B. (21), Douglas W. (36) en Bernhard Z. (35) — zijn door de rechtbank veroordeeld tot dezelfde straf: drie jaar en elf maanden cel. De roof vond plaats in januari 2025 en betrof uit Roemenië uitgeleende kunstvoorwerpen, waaronder de gouden helm van Cotofenesti en drie gouden armbanden.

Twee verdachten, Jan en Douglas, sloten een deal met het Openbaar Ministerie: teruggave van de helm en twee armbanden in ruil voor strafvermindering. Op 1 april werden die drie objecten (helm plus twee armbanden) door justitie in ontvangst genomen; één armband ontbreekt nog en is vermoedelijk verkocht, weggegeven of omgesmolten — een stuk dat verzekerd is op ongeveer een half miljoen euro. Bernhard sloot geen overeenkomst en ontkent in het museum te zijn geweest; zijn advocaat stelt dat hij hooguit de vluchtauto zou hebben geregeld.

De rechtbank oordeelde dat er geen helder onderscheid valt te maken tussen de rollen van de drie verdachten bij de teruggave van de stukken, en baseerde zich ook op verklaringen die Jan aan undercoveragenten deed — agenten die zich voordeden als kopers van de gestolen waar. Die verklaringen werden als betrouwbaar beoordeeld; Jan noemde herhaaldelijk de naam van Bernhard, wat de verdediging van laatstgenoemde verzwakte. Tegelijkertijd bekritiseerde de rechtbank het openbaar maken van foto’s en volledige namen van de verdachten tijdens het onderzoek en vond zij dat justitie te veel druk had uitgeoefend; dat leidde tot een beperkte strafvermindering.

Tijdens de strafzaak waren de eis van het OM en de uiteindelijke straf niet gelijk: het Openbaar Ministerie had zo’n drie jaar en acht maanden geëist voor Jan en Douglas en vijf en een half jaar voor Bernhard. De rechter staat echter vrij om anders te oordelen, wat nu heeft geleid tot een identieke straf voor alle drie.

De zaak trekt ook aandacht vanwege de culturele waarde van de geroofde voorwerpen en de logistieke problemen om zulke unieke objecten te verkopen. Kunstdetective Arthur Brand waarschuwt dat de resterende armband wellicht onvindbaar is als die snel is omgesmolten of al van eigenaar verwisseld.