D66 wil soepelere asielwetten en oogst kritiek in senaat: 'Nepcoalitie!'
In dit artikel:
D66’s eisen om akkoord te gaan met twee strenge asielwetten zorgen voor opgetrokken wenkbrauwen in de Eerste Kamer. Centraal staat de strafbaarstelling van illegaliteit, onderdeel geworden door een aangenomen PVV-amendement: niet meewerken aan een verplichte terugkeer kan leiden tot maximaal zes maanden cel. Voor senator Boris Dittrich “ligt dat als een steen op de maag”; hij vreest dat mensen zonder papieren worden gecriminaliseerd en vraagt minister Bart van den Brink om uitstel of verzachting van dat onderdeel. Hij stelt dat het CDA later met nieuwe wetgeving kan komen om de door het amendement veroorzaakte schade te herstellen.
Het punt is politiek gevoelig: ook bij CDA en SGP wekt het aanvankelijke risico dat hulp aan illegalen strafbaar zou worden zorg. Door aanpassingen is dat geholpen, maar een Kamermeerderheid blijft onzeker. Andere onderdelen van de wetten, zoals het afschaffen van verblijfsvergunningen voor onbepaalde tijd en het differentiëren tussen persoonlijk vervolgden en oorlogsvluchtelingen, stuiten minder op verzet.
Dittrich suggereert dat D66-senatoren minder gebonden zijn aan het coalitieakkoord en de wetsvoorstellen beoordelen op uitvoerbaarheid en rechtmatigheid; oordeel van uitvoeringsorganisaties is volgens hem negatief. De PVV noemt die houding “hypocriet” en spreekt van “regeren à la carte”, en vraagt zich af of er nog sprake is van een echte coalitie. JA21 wijst erop dat D66-coryfeeën zoals Rob Jetten tijdens de campagne juist pleitten voor strengere asielmaatregelen.
Daarnaast wil D66 verdere verzachtingen, onder meer omdat beperking van gezinsmigratie tot het kerngezin problematisch kan zijn voor mensen uit landen met strikte regels tegen gemengde huwelijken en voor LHBTI+ personen. De discussie legt de scheuren binnen en tussen coalitiepartijen bloot en bepaalt of en hoe de wetten uiteindelijk worden aangenomen en uitgevoerd.