D66 wil dat criminelen makkelijker celstraf ontlopen met nieuwe initiatiefwet
In dit artikel:
D66-Kamerleden Joost Sneller en Jeltje Straatman hebben het initiatiefvoorstel Wet sneller straffen ingediend, waarmee het Nederlandse strafrecht wordt aangepast om korte gevangenisstraffen te verminderen. De wet wijzigt onder meer het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering en introduceert twee belangrijke instrumenten: elektronische detentie als zelfstandige hoofdstraf en een zwaardere, flexibelere taakstraf.
Elektronische detentie wordt een losse hoofdstraf naast gevangenisstraf, hechtenis, taakstraf en boete. Een veroordeelde moet gedurende de opgelegde periode op een door de rechter bepaalde plek verblijven (meestal de eigen woning) en wordt elektronisch gecontroleerd, bijvoorbeeld met een enkelband. In principe mag iemand één uur per dag de verblijfplaats verlaten; voor werk, onderwijs, behandeling of begeleiding kan extra vertrek worden toegestaan. Tijdens deze straf geldt een verbod op alcohol en drugs en is medewerking aan controles (zoals bloed- of urineonderzoek) verplicht. Niet-naleving kan leiden tot vervangende hechtenis. De minimale duur is één dag, de maximale één jaar, en een recent advies van de reclassering is verplicht bij de beslissing.
De reclassering krijgt een centrale rol: zij beoordeelt vooraf of elektronische detentie uitvoerbaar en passend is, kijkt naar de persoon, de voorgestelde verblijfplaats en de impact op huisgenoten. Ook slachtoffers moeten worden meegenomen in de afweging; bij zaken als huiselijk geweld of delicten die vanuit huis doorgaan (bijvoorbeeld sommige vormen van internetoplichting, stalking of afpersing) is elektronische detentie vaak ongeschikt.
Daarnaast wordt de maximale taakstraf verhoogd van 240 naar 360 uur. Tot twintig procent van die uren mag worden ingevuld met begeleiding of herstelactiviteiten in plaats van alleen onbetaalde arbeid, bijvoorbeeld gedragsinterventies of herstelgericht werk. Ook wordt de termijn waarbinnen een taakstraf moet worden uitgevoerd verruimd om uitval door praktische problemen te verminderen; bij niet-uitvoering blijft vervangende hechtenis mogelijk.
De initiatiefnemers motiveren de wijzigingen met het doel korte celstraffen terug te dringen omdat die veel druk op gevangenissen zetten, weinig bijdragen aan re-integratie en vaak grote nevenschade (verlies van baan, huisvesting, netwerk) veroorzaken die recidive kan verhogen. De rechter behoudt ruime beoordelingsvrijheid: korte gevangenisstraffen verdwijnen niet per definitie; elektronische detentie vormt een extra optie die wel gecombineerd kan worden met geheel voorwaardelijke gevangenisstraffen.