D66-minister wil dat Nederlanders inleveren: 'Luxe kost tijd, en die hebben we niet'
In dit artikel:
D66-minister van Volkshuisvesting Elanor Boekholt-O’Sullivan zet in op een ingrijpende koerswijziging om het tekort van ongeveer 400.000 woningen in Nederland aan te pakken: bouwen moet veel sneller, ook als dat betekent dat woningen minder luxe en eenvoudiger van uitvoering zijn. In een recent interview met The Guardian benadrukte ze dat snelheid momenteel belangrijker is dan comfort—"De huizen moeten gebouwd worden: dat is nu de primaire behoefte"—en wil ze jaarlijks 100.000 nieuwe woningen realiseren door regels te versimpelen, procedures te versnellen en lokale bouweisen te verminderen.
Haar aanpak is deels geworteld in militaire ervaring, waarbij ze focust op basisbehoeften zoals slapen, douchen en werken in plaats van perfectie en luxe. Ze roept inwoners op ook hun levensstijl te matigen: minder ruimtegebruik en gerichter energieverbruik zijn volgens haar nodig om het elektriciteitsnet en de woningopgave houdbaar te maken. Als voorbeeld haalt ze ervaringen in Afghanistan aan (douchemuntjes), niet als blauwdruk maar als illustratie van gezamenlijke afspraken.
Politiek moet ze draagvlak zoeken; haar uitspraken stuiten al op kritiek. Oud-Eerste Kamerlid Henk Otten en NSC-oprichter Pieter Omtzigt noemen de voorstellen radicaal en vinden dat dergelijke plannen eerst in de Kamer besproken moeten worden. Belangrijke vragen blijven: hoe ver kunnen en willen Nederlanders concessies doen in woonkwaliteit, en zijn de voorgestelde maatregelen politiek en praktisch uitvoerbaar?