D66-minister heeft niet als kerndoel om woningen te bouwen
In dit artikel:
Minister Elanor Boekholt O’Sullivan (D66, Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening) zei tijdens de Dag van de Projectontwikkeling dat het al een belangrijke stap zou zijn als binnen twee jaar duidelijk is wie waarvoor verantwoordelijk is in de woningcrisis. Officieel blijft de ambitie van 100.000 woningen per jaar staan, maar praktisch verlegt ze de nadruk naar bestuurlijke helderheid en het vinden van een werkbaar “operational design” waarbij overheden, ontwikkelaars, woningcorporaties, beleggers en bouwers beter samenwerken.
Boekholt O’Sullivan benadrukt dat de woningmarkt een complex systeem is waarin regels, procedures en uiteenlopende belangen partijen vaak vasthouden. Versnelling vereist volgens haar dat partijen elkaars taal leren en dezelfde kant op bewegen. In praktische termen pleit ze voor minder nieuwe regels bij projecten, intensievere inzet op fabrieksmatige woningbouw (streefwaarde: 50% uit de fabriek) en slimmer gebruik van bestaande woningen—hoe dat laatste concreet vorm krijgt, bleef onduidelijk.
De koerskeuze kreeg kritiek. Financieel journalist Arno Wellens reageerde fel en zei dat de regering daarmee feitelijk kiest om de wooncrisis niet op te lossen; hij wijst erop dat het verschuiven van ambities naar bestuurlijke clarity weinig doet voor mensen die nu een huis zoeken. Tegenstanders herinneren ook aan D66-campagnebeloften zoals het plan voor tien nieuwe steden, dat eerder al werd afgezwakt en als metafoor werd gepresenteerd.
Kortom: het kabinet benadrukt voortaan organiseren en afstemmen boven directe productiedruk, met behoud van het cijferdoel op papier. Kritiek blijft dat bestuurlijke ordening geen directe verlichting biedt voor de acute huisvestingsnood en dat concrete maatregelen en tijdpad voor het beter benutten van bestaande woningen niet helder zijn.