Culturele evenementen zijn niet apolitiek - hoe hard de organisatie dat ook roept
In dit artikel:
Een Nederlandse tv-commentator vatte het optreden van Australiës Delta Goodrem met de opmerking dat er “niets op aan te merken” viel — een formulering die symbolisch werd voor de manier waarop het Eurovisie Songfestival dit jaar werd gepresenteerd: als onschuldige culturele show, terwijl er volop politieke vraagtekens hingen. Het evenement in Wenen verliep temidden van controverse omdat Israël, dat door uiteenlopende experts en een VN-commissie wordt beschuldigd van genocide, meedeed. Vijf landen besloten naar aanleiding daarvan tot een boycot; Nederlandse publieke omroepen lieten die principiële keuze echter deels ondergraven doordat NOS en NTR de halve finales en finale uitzonden met uitgebreide voorbeschouwingen en zelfs ‘watchparty’s’, en zo het standpunt van boycotende AvroTros verzwakten.
Onderzoek van The New York Times bracht aan het licht dat Israël het Songfestival actief inzet als instrument van soft power: bijna een miljoen euro aan marketing — grotendeels betaald door het ministerie van Buitenlandse Zaken — en betrokkenheid van ambassades om deelname en stemmen te stimuleren. Eerder zou Israël ook al publieksstemmen hebben gemanipuleerd, volgens mediaberichten. Ondanks een berisping van de organisatie wegens advertenties voor stemmenwerving, verliep de Israëlische deelname ogenschijnlijk normaal; promofilmpjes toonden een idyllisch beeld en het land eindigde als tweede.
De gebeurtenis laat opnieuw zien dat grootschalige culturele bijeenkomsten zelden apolitiek zijn, ondanks beweringen van organisatoren. Als parallel verwijst het stuk naar de Biënnale in Venetië, waar Rusland en Israël hun paviljoens konden presenteren terwijl protesten — zoals van Pussy Riot — en de schrijnende positie van Oekraïne duidelijk maakten dat kunst en macht elkaar raken. Omdat Israël geen winnaar werd, hoeft het volgend jaar geen festival te organiseren; de toekomst van het Europese imago en de vraag of culturele platforms louter culturele functies vervullen, blijven daarmee openstaande kwesties.
De auteur roept op tot een grondige evaluatie door AvroTros, NOS en NTR: wie kiest voor een boycot, moet die politieke stelling niet te niet doen door toch actief bij de uitzendingen betrokken te blijven.