Cuba weigert ambassade VS in Havana diesel te laten importeren voor generatoren
In dit artikel:
Cuba kampt sinds begin januari met een acute olie- en brandstofcrisis nadat, volgens het bericht, de Venezolaanse president Nicolás Maduro door de Verenigde Staten gevangengenomen werd en de olietoevoer uit Venezuela daardoor stopte. Het eiland van ongeveer 11 miljoen inwoners kan de vraag niet dekken met eigen aardgas, zonne-energie en resterende olievoorraden, wat heeft geleid tot regelmatige stroomstoringen en sluiting van openbare voorzieningen.
De tekorten raken ook diplomatieke posten: de Amerikaanse ambassade in Havana zit zonder voldoende diesel voor zijn generatoren; een aanbod van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken om brandstof naar het eiland te sturen werd door Cuba geweigerd. Daarnaast waarschuwde de Amerikaanse regering onder president Trump landen die olie aan Cuba zouden leveren met mogelijke importheffingen, en dringt zij aan op politieke veranderingen in Havana — inclusief aftreden van president Miguel Díaz-Canel — als voorwaarde voor het opheffen van sancties.
Als tijdelijke verlichting vlogen humanitaire organisaties recent hulp naar Cuba met onder meer zonnepanelen, voedsel en medicijnen. Later deze maand wordt er volgens het artikel ook een eerste lading Russische olie verwacht sinds het wegvallen van de Venezolaanse leveringen, wat mogelijk de meest directe oplossing biedt voor de huidige energienood.