Cuba staat alleen tegenover de VS - bondgenoten houden zich stil
In dit artikel:
Cuba verkeert in een diepe crisis: ziekenhuizen functioneren slecht — te vroeg geboren baby’s worden soms handmatig beademd — er zijn veel stroomstoringen en de economie is ingestort. Tegelijkertijd blijven de gebruikelijke buitenlandse steunpijlers zwak of afwezig, waardoor Washington zich gretig mengt in het krachtenveld.
CIA-directeur John Ratcliffe landde recent in Havana met een aanbod van 100 miljoen dollar humanitaire hulp, maar de Cubaanse autoriteiten wezen het beleefd af. De episode maakt zichtbaar hoe kwetsbaar Havana is geworden: traditionele bondgenoten leveren weinig concrete steun. Rusland stuurde eind maart één olietanker en geeft vooral verbale steun, maar biedt geen stevige veiligheidsgaranties — mogelijk omdat Moskou zelf wordt opgeslokt door de oorlog in Oekraïne en zijn speelruimte beperkt is. Sommige analisten vermoeden zelfs stilzwijgende afspraken tussen Poetin en Trump over invloedssferen.
China neemt juist een meer pragmatische rol in: grootschalige investeringen, vooral in infrastructuur en zonne-energie, moeten het eiland op termijn minder afhankelijk van fossiele brandstoffen maken. Binnen enkele jaren zouden naar plan negentig zonneparken moeten draaien. Die toenemende Chinese aanwezigheid baart de VS zorgen, maar Beijing mengt zich niet openlijk politiek.
Veel landen in Latijns-Amerika houden zich terug. Mexico en Brazilië spreken diplomatiek hun steun uit, maar feitelijke actie ontbreekt: handel en politieke relaties met de Verenigde Staten wegen zwaar. Bovendien schuift de regio deels naar rechts terwijl Cuba een links bolwerk blijft, wat extra terughoudendheid oproept.
De Amerikaanse regering onder Donald Trump verscherpt de druk: beleid en sancties — en het afsnijden van olieleveranties via druk op Venezuela en Mexico — wekken de indruk dat Washington hoopt het regime te verzwakken of te vervangen door een meer VS-vriendelijk bestuur, dat de controle in het westelijk halfrond zou versterken.
Binnen Cuba zelf ontstaan protesten door de schrijnende leefomstandigheden, maar een massale opstand blijft uit. Het communistische regime heeft decennialang maatschappelijke organisatie afgeknepen, de oppositie is zwak en veel Cubanen zijn geëmigreerd — mogelijk tot twee miljoen, vooral jongeren. Bovendien speelt historische angst voor Amerikaanse inmenging mee: de herinnering aan bezetting na 1898 maakt veel Cubanen huiverig om hun lot aan de VS over te leveren.
Kortom: Cuba zit in een meervoudige wurggreep van interne ontwrichting en geopolitieke belangen, terwijl steun van buitenaf beperkt en selectief is. Daardoor ligt de uiteindelijke uitkomst vooral in handen van de Cubanen zelf, met grote onzekerheid over de korte- en middellangetermijnontwikkeling.