Crisissituatie in Weesp na vondst vliegtuigbom: bewoners geëvacueerd, treinverkeer stilgelegd

woensdag, 6 mei 2026 (20:37) - De Telegraaf

In dit artikel:

Woensdagmiddag ontstond grote onrust in Weesp nadat bij graafwerkzaamheden voor een nieuwe brug bij Fort Ossenmarkt een onontplofte vliegtuigbom uit de Tweede Wereldoorlog werd aangetroffen langs de Lange Muiderweg, vlak bij de Vecht en het spoor. De Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EOD) identificeerde het gevaarte als een zogeheten 500-ponder—ongeveer 250 kilo—en zette een veiligheidszone van 250 meter rond de vindplaats af.

Omdat de bom dicht bij het spoor lag, werd het treinverkeer van en naar station Weesp onmiddellijk stilgelegd, met grote landelijke gevolgen: Weesp is een belangrijk knooppunt voor verbindingen richting Amsterdam, Utrecht, Amersfoort en Flevoland. Rond 15.45 uur schaaldeden hulpdiensten op naar Grip 1; tientallen hulpverleners en materieel verzamelden zich op het terrein van hockeyvereniging MHC Weesp. Bewoners van woonarken aan de Lange Muiderweg (tot huisnummer 512) moesten tijdelijk hun woningen verlaten; bewoners van de Spoorstraat hoefden dat niet. Ook de Lange Vechtbrug, de spoortunnel en delen van de ’s-Gravelandseweg werden tijdelijk afgesloten.

De EOD onderzocht het explosief en concludeerde dat de bom stabiel genoeg was om veilig te vervoeren. De 500-ponder is vervolgens naar het westelijk havengebied gebracht en daar gecontroleerd tot ontploffing gebracht. Rond 17.00 uur konden geëvacueerden terugkeren en werd het afgezette gebied vrijgegeven; het treinverkeer hervatte geleidelijk vanaf circa 17.45 uur.

De EOD, gespecialiseerd in opsporen en onschadelijk maken van explosieven, gebruikt bij dit type vondsten zwaar beschermende bompakken, robots met camera’s en grijparmen, sonarapparatuur en speurhonden. De dienst wordt jaarlijks gemiddeld zo’n 2.500 keer opgeroepen, vaak voor oorlogsmunitie die decennialang in de bodem lag. Weesp heeft eerder ook al oorlogsexplosieven opgeleverd; hoewel delen van de bodem als verdacht worden beschouwd, vormt dat volgens de gemeente geen direct gevaar voor bewoners.