CPB: hogere inkomens beschikken vaker over zonnepanelen
In dit artikel:
Het Centraal Planbureau (CPB) concludeert dat bezit van zonnepanelen in Nederland ongelijk verdeeld is: tussen 2020 en 2024 groeide het aantal daken met panelen sterk, maar vooral hogere inkomens en vermogende huishoudens profiteren daarvan. In 2024 had ongeveer een derde van de huishoudens zonnepanelen; die oververtegenwoordiging van hogere inkomens veranderde weinig in de onderzochte periode.
Naast particuliere eigenaar-bewoners investeren woningcorporaties relatief vaak in zonnepanelen, waardoor ook lagere inkomensgroepen via sociale huurwoningen toegang krijgen tot zonnestroom. Private huurders beschikken het minst vaak over panelen. Zonnepanelen komen vaker voor buiten stedelijke gebieden — en dat beeld blijft grotendeels bestaan als men alleen naar vergelijkbare woningtypen kijkt — wat voor een belangrijk deel te verklaren is door inkomensverschillen tussen stad en platteland.
Huishoudens met zonnepanelen verbruiken gemiddeld meer elektriciteit, deels doordat ze vaker warmtepompen of elektrische auto’s hebben. Het CPB baseert zijn analyse op data tot 2024 en kan daarom nog geen effecten inschatten van de eind december 2024 aangekondigde afschaffing van de salderingsregeling (de regeling waarmee eigen opgewekte stroom kon worden weggestreept tegen verbruik).