CPB: bijna 12.000 huurders van corporatiewoningen hebben koophuis
In dit artikel:
Bijna 12.000 mensen die huren van een woningcorporatie bezitten tegelijk één of meer koopwoningen, blijkt uit onderzoek van het Centraal Planbureau (CPB). Dat is circa 0,5% van alle corporatiehuurders, maar het zet vraagtekens bij het juiste gebruik van schaarse sociale huurwoningen. Volgens het CPB geldt voor vijf van de zes gevallen dat het bezit van een koopwoning niet past bij de wettelijke taak van corporaties; bij ongeveer één op de zes gaat het om uitzonderlijke persoonlijke omstandigheden (zoals scheiding of erfopvolging) waarbij dat wel verdedigbaar is.
In ruwweg 10.000 gevallen woont de eigenaar in een sociale huurwoning en verhuurt of laat een koophuis rendabel meeprofiteren; in één op de tien gevallen hebben huurders meer dan één koophuis, enkele tientallen zelfs meer dan tien. Ook gebruiken sommigen hun tweede woning voor familie of voor eigen gebruik, wat volgens het CPB eveneens haaks staat op de bedoeling van sociale huur. Meer dan de helft van deze eigenaar-huurders verdient meer dan de doelgroep van corporaties; gemiddeld ligt hun inkomen 76,4% hoger en zij wonen vaak in relatief aantrekkelijkere corporatiewoningen. Het CPB signaleert hiermee een probleem van doelmatigheid en handhaving bij de toewijzing van sociale huur, wat beleidsvragen oproept over strengere inkomenschecks en toezicht.