Corruptie, chaos en chantage: hoe het Europese OM zich verslikte in Bulgaars gasproject
In dit artikel:
Een grootschalig EU-onderzoek naar mogelijk corruptie rond de uitbreiding van het gasopslagveld in het Bulgaarse dorp Chiren is ontspoord, nadat de Bulgaarse EOM-aanklager Teodora Georgieva onder immense druk kwam te staan. Wat als een cruciale zaak begon — zowel voor de rechtsstaat in Bulgarije als voor de Europese energiebeveiliging — eindigde in een patstelling door een combinatie van kompromat, persoonlijke tragedie en institutionele kwetsbaarheden.
De kern: wie en wat
- De onderzoeker: Teodora Georgieva, sinds 2020 de vertegenwoordiger van Bulgarije bij het Europees Openbaar Ministerie (EOM), leidde het dossier dat misstanden bij Bulgartransgaz en de uitvoering van de Chiren-uitbreiding onderzocht.
- De verdachten/figuren in het dossier: Vladimir Malinov, toenmalig CEO van staatsmonopolist Bulgartransgaz en kortstondig waarnemend minister van Energie; en Delyan Peevski, invloedrijke oligarch en parlementslid, die door Georgieva in verband werd gebracht met betalingen door onderaannemers.
- De locatie en het project: Chiren, een gasopslagproject dat Zuid-Oost-Europese landen minder afhankelijk van Russisch gas zou maken en daarom aanzienlijke steun kreeg van de EU en de VS (onder meer 78 miljoen euro uit het Connecting Europe Fund en een Amerikaanse leninggarantie van 364 miljoen dollar).
Achtergrond en noodzaak
Het Chiren-project heeft strategische betekenis voor de energieveiligheid van de regio, maar stagneert al jaren. De aanbestedingsprocedure die Bulgartransgaz voerde — onderverdeeld in drie contracten en toegewezen aan consortia onder leiding van Glavbolgarstroy (GBS) — leidde tot klachten van buitenlandse aannemers, juridische procedures en zorgen over veiligheid door gewijzigde technische specificaties en een goedkopere boormethode. Tegen eind 2024 waren al grote voorschotten betaald, terwijl boringen onafgewerkt bleven.
Verloop van het EOM-onderzoek en ontsporing
Het EOM trad in augustus 2024 hard op met huiszoekingen in kantoren van Bulgartransgaz. Georgieva riep daarop Malinov meerdere keren op voor verhoor; een verhoor stond gepland op 24 maart 2025 in het EOM-kantoor in Sofia. Rond die periode trad een keten van gebeurtenissen op die het onderzoek lamlegde:
- Op 15 februari 2025 kwam Georgieva’s moeder om bij een woningbrand die zij zelf als mogelijk misdrijf beschouwt; de omstandigheden blijven onduidelijk en de procureur vroeg om extra beveiliging.
- Kort voor het cruciale verhoor verschenen twee korrelige video's uit 2020 in de Bulgaarse media waarin Georgieva wordt getoond met Petyo Petrov, een omstreden voormalig recherchechef die volgens beschuldigingen systemen gebruikte om bedrijven te chanteren. De beelden werden als kompromat ingezet om Georgieva in diskrediet te brengen.
- Georgieva beschuldigde publiekelijk Peevski van betrokkenheid bij het organiseren van de aanbesteding en het eisen van betalingen van onderaannemers. Een dag na die uitspraken schorste het EOM haar. Malinov verscheen niet bij het verhoor en leverde een medisch attest in.
Gevolgen voor de aanklacht en procedurele strijd
Georgieva vecht haar schorsing aan bij het Europees Hof van Justitie en stelt dat het EOM partijdig handelde, onduidelijkheid bood over de vermeende schendingen van interne procedures en haar recht op onschuld heeft geschonden. Ze ontkent het lekken van vertrouwelijke informatie en zegt slechts de operationele moeilijkheden en tegenwerking door nationale autoriteiten te hebben aangekaart. Tot nu toe is zij de enige die door het EOM zelf juridisch wordt geconfronteerd; andere beschuldigden, zoals Malinov en Peevski, blijven buiten beeld of geven geen open antwoord.
Wat de zaak blootlegt
Analisten en anti-corruptie-experts interpreteren de ontwrichting als bewijs van diepgewortelde cliëntelistische netwerken in Bulgarije en van de kwetsbaarheid van Europese anti-corruptie-inspanningen zodra die afhankelijk zijn van nationale handhaving. Critici wijzen erop dat lokale machtspelletjes, invloedrijke figuren en mogelijk externe belangen (zoals Rusland, dat strategisch baat heeft bij vertraging van projecten die EU-landen van Gazprom loskoppelen) de uitvoering van onderzoek en projecten ernstig kunnen ondermijnen. Bovendien toont de zaak de politieke gevoeligheid van onderzoeken die een gelaagde mix van economische belangen, veiligheidskwesties en binnenlandse macht betreffen.
Impact op energieproject en EU-beleid
Het Chiren-project is door deze gebeurtenissen opnieuw vertraagd — volgens betrokkenen met minstens twee jaar — wat directe gevolgen heeft voor de energievoorzieningszekerheid in Zuidoost-Europa. Voor het EOM en de EU is de affaire een waarschuwing: succesvolle vervolging vereist niet alleen Europees mandaat, maar ook betrouwbare, onafhankelijk functionerende nationale instituties. Zonder die lokale basis blijft het risico bestaan dat strafrechtelijk optreden stukloopt op tegenwerking, informele macht en intimidatie.
Samenvattend
De Chiren-zaak illustreert hoe een strategisch belangrijk energietraject en een ambitieus EU-onderzoek kunnen ontsporen als machtige binnenlandse actoren, mogelijk compromitterende media-inzet en persoonlijke tragedies samenkomen. De uitkomst onderstreept de structurele beperking van het Europese anti-corruptiemodel: het kan aanklachten brengen en onderzoeken starten, maar de uitvoering en doorzettingskracht hangen in hoge mate af van nationale rechtsstaten — en juist daar schort het in Bulgarije volgens experts ernstig aan.