Coronaverpleegkundige die verdacht werd van moorden: 'Hij kwam voor hulp, en vertrok in de handboeien'
In dit artikel:
Zes medewerkers van ggz Drenthe staan voor de vraag of zij hun beroepsgeheim mochten doorbreken nadat een coronaverpleegkundige hen naar eigen zeggen had verteld dat hij “een twintigtal moorden” had gepleegd. Het medisch tuchtcollege onderzoekt nu of die mogelijke melding toegestaan was of dat de medewerkers hun geheimhoudingsplicht hebben geschonden.
Het dilemma draait om twee plichten die elkaar raken: de zorgverlener verplicht tot geheimhouding van patiëntgegevens, en tegelijk de morele en soms wettelijke plicht om ernstige strafbare feiten te melden of direct gevaar af te wenden. Volgens een van de betrokkenen voelde de situatie zo klem zetten dat zij handelden vanuit bezorgdheid: “Het zette ons klem.” De zaak speelt binnen ggz Drenthe en hangt samen met de patiëntcontacten tijdens de coronaperiode.
Het tuchtcollege zal beoordelen of de medewerkers binnen de beroepsregels hebben gehandeld en of hun handelen proportioneel en noodzakelijk was gezien de aangifte of melding die zij overwogen. Bij een overtreding kan het college tuchtrechtelijke maatregelen opleggen, variërend van reprimandes tot schorsing. De zaak illustreert breder de spanningsvelden waar zorgprofessionals in crisisperioden soms voor komen te staan: plicht tot vertrouwelijkheid versus bescherming van derden en rapportage van ernstige misdrijven.