Consumentenvertrouwen laag, maar huishoudens geven niet minder uit
In dit artikel:
Het CBS meldt dat het consumentenvertrouwen in Nederland flink is gedaald: van -30 in maart naar -44 in april, een uitzonderlijke terugval. Het vertrouwen staat al sinds 2019 in de min; het cijfer geeft aan hoe optimistisch of pessimistisch huishoudens zijn over hun eigen financiële situatie en de economie (0 is neutraal). Tegelijkertijd noteert ING dat deze pessimistischer stemming zich nog niet terugziet in het bestedingsgedrag van consumenten.
In maart stegen de brandstofprijzen duidelijk, maar tanken nam niet af—ING ziet dergelijke uitgaven als noodzakelijk. Huishoudens gaven juist meer uit aan kleding en restaurants; dat kan mede verklaard worden door het uitzonderlijk zachte, zonnige weer dat het shoppen en uitgaan bevorderde. Sinds 2023 is de spaarquote gestegen van ongeveer 15% naar circa 17,5%, wat wijst op een grotere voorkeur voor een financiële buffer in onzekere tijden, denkt ING-hoofdeconoom Bert Colijn. Tegelijkertijd zijn lonen na 2023 veelal gestegen, waardoor consumenten in absolute termen meer te besteden hebben ondanks een terughoudender bestedingsdeel.
Het CBS signaleert ook dat de bereidheid om grotere aankopen te doen verder afnam (van -15 naar -26), wat past bij de sombere marktsfeer. Econoom Robert Dur (Erasmus School of Economics) benadrukt dat dalend vertrouwen een nuttig vroegsignaal kan zijn in heftige periodes, maar niet per se alleszeggend is voor de economie. Media-aandacht voor hogere brandstofkosten en mogelijk duurdere boodschappen draagt volgens hem bij aan de negatieve perceptie. Consumenten bouwen daarom eerder extra spaargeld op uit voorzorg; Dur waarschuwt dat er pas reden tot zorg is als ook de werkloosheid begint te stijgen—dat is momenteel nog niet het geval.