Consensus over klimaat blijkt mythe

zaterdag, 7 februari 2026 (09:03) - De Andere Krant

In dit artikel:

Jules de Waart, 84-jarige voormalig PvdA-Tweede Kamerlid en geoloog, profileert zich als klimaatscepticus maar niet als tegenstander van milieuzorg. Op basis van decennialange bestudering van literatuur en zijn eigen veldobservaties betwijfelt hij gangbare beweringen over een eenduidige wetenschappelijke consensus dat menselijke CO2-uitstoot de dominante oorzaak is van de huidige opwarming. Volgens De Waart worden in publieke communicatie termen als “menselijke invloed” en “dominante menselijke invloed” door elkaar gehaald; hij stelt dat de vaak geciteerde “97–99% consensus” niet overeenkomt met de mate van eensgezindheid over de specifieke conclusies van het IPCC, en zegt dat veel auteurs vooral “medium” of “low confidence” aangeven in technische delen van de rapporten. Dat beeld onderbouwt hij in zijn boeken Geloof niet alles (2022) en het recentere Crisis or Hoax (Engelstalig).

De Waart benadrukt dat het klimaat een chaotisch systeem is, beïnvloed door veel factoren tegelijk: natuurlijke cycli (zoals El Niño/La Niña, baanvariaties en zonne-invloeden), landgebruik, verstedelijking en luchtvervuiling (de zogenoemde brown clouds). Hij erkent dat CO2 een opwarmend effect kan hebben, maar meent dat dat effect afvlakt bij hogere concentraties en relatief beperkt is boven het huidige niveau; hij ziet het gas bovendien als gunstig voor plantengroei en voedselproductie. Daarnaast bekritiseert hij dat beleidsmakers te veel focussen op één “stuurknop” (CO2) terwijl andere fysische en antropogene factoren volgens hem onvoldoende worden onderzocht.

Een belangrijk punt in zijn analyse is de vermeende politisering van klimaatwetenschap. De Waart noemt de VN-top in Rio (1992) een kantelpunt: sindsdien zou het klimaatbeleid snel zijn ingebed in diplomatieke structuren (UNFCCC) en werd het IPCC gebruikt om politieke besluiten wetenschappelijk te legitimeren. Hij maakt onderscheid tussen omvangrijke technische hoofdstukken van IPCC-rapporten en de beknopte Summaries for Policymakers (SPM’s), die volgens hem politiek zijn afgestemd en daardoor nuances uit de technische teksten halen. Ook signaleert hij dat academische en financiële prikkels onderzoekers zouden aanzetten tot het volgen van het alarmistische narratief.

Verder verwijst De Waart naar historische en economische motieven achter de opkomst van klimaatbeleid: keuze van CO2 als maatschappelijk “vijandbeeld”, investeringsveranderingen in grote bedrijven en de rol van invloedrijke financiers. In het energiesegment uit hij scepsis over grootschalige zon- en windprojecten vanwege kosten, ecologische impact en vermeende neveneffecten op lokale klimaatsystemen; hij ziet kleine, gedecentraliseerde kernreactoren — bij voorkeur op thoriumbasis — als logischer vervolg op fossiele brandstoffen.

Zijn centrale oproep is er een voor eerlijkheid over onzekerheden: beleidsmakers zouden IPCC-conclusies als voorlopige kennis moeten presenteren en bereid moeten zijn die te herzien bij nieuwe data. De Waart pleit niet voor passiviteit, maar voor beleid dat open is over aannames, kosten en neveneffecten, en dat wetenschappelijke onzekerheid niet wegpoetst om politieke zekerheid te creëren.

Kort ter context: het UNFCCC is het VN-klimaatverdrag voortgekomen uit Rio en vormt de basis voor jaarlijkse klimaatonderhandelingen; het IPCC levert wetenschappelijke rapporten die wereldwijd als belangrijkste referentie gelden, ook al blijft hun interpretatie en politieke verwerking onderwerp van debat.