Connie Palmens dwingende proza verraadt een weigering om de controle te verliezen. Ook in haar nieuwe roman

dinsdag, 1 september 2026 (16:00) - De Groene Amsterdammer

In dit artikel:

In haar bespreking van Connie Palmens nieuwe roman Johnnie Walker onderzoekt Charlotte Remarque waarom de schrijfster zich ondanks haar voortdurende aandacht voor overgave nooit volledig aan de lezer lijkt bloot te geven. Palmen bouwt haar oeuvre rond maskers, identiteiten, macht en de spanning tussen werkelijkheid en fictie. Ook haar nieuwe hoofdpersoon, een vroegwijze jonge vrouw uit een katholiek gezin bij de Duitse grens, beschermt zich met een harde, theatrale houding en een sterke behoefte aan onafhankelijkheid.

De roman volgt haar verhouding tot haar moeder en tot alcohol. Als tiener verzet ze zich fel tegen het moederschap, dat ze associeert met onderworpenheid en zelfopoffering. Tegelijk raakt ze gefascineerd door de terroriste Ulrike Meinhof, die haar kinderen achterliet voor een leven als revolutionair. Later ontwikkelt de hoofdpersoon een allesverslindende verslaving aan Johnnie Walker. De drank wordt een geliefde en vijand die veertig jaar lang bij haar blijft. Tegen het einde vallen het afscheid van haar moeder en het verlaten van de alcohol samen.

Volgens Remarque had Johnnie Walker een aangrijpend moeder- en verslavingsboek kunnen zijn: een verhaal over een vrouw die haar moeder eerst minacht, vervolgens haar eigen oordeel herziet, aan de drank ten onder gaat en weer opkrabbelt. Juist de twee meest kwetsbare relaties blijven echter op afstand. Palmen benoemt de liefde voor haar moeder en de band met Johnnie Walker wel, maar maakt ze volgens de recensent nauwelijks voelbaar. Waar ze in eerdere boeken overtuigend over liefdesrelaties schrijft, ontbreken hier intieme, tastbare scènes rond moeder en verslaving.

Dat gebrek aan nabijheid ziet Remarque als onderdeel van het bredere ‘Palmen-Probleem’. Palmens proza is dwingend en zelfverzekerd, vaak geformuleerd als een reeks stellige uitspraken. De schrijfster lijkt de controle nooit te willen verliezen. Haar personages bewonderen kracht, zelfstandigheid en eenling-zijn, terwijl ze een afkeer tonen van dienstbaarheid en afhankelijkheid. De moeder wordt juist gekenmerkt door zelfopoffering en onderworpenheid, eigenschappen waartegen de hoofdpersoon zich afzet.

De recensent vindt het moeilijk om Palmen als publieke figuur, de autobiografische personages in haar romans en de schrijfster zelf van elkaar te scheiden. Palmen benadrukt dat lezers vooral het gemaakte werk moeten onderzoeken en niet de maker, maar schrijft tegelijk over haar eigen publieke leven en haar ideeën over identiteit. In haar visie kan taal zowel de waarheid onthullen als verhullen. Schrijven is de plek waar haar personages onafhankelijkheid vinden, maar ook een vorm van geweld: wie over anderen schrijft, verraadt hen en maakt van werkelijkheid fictie.

Remarque bekritiseert bovendien de onverzettelijkheid van Palmens heldinnen. Ze handelen doelgericht en krachtig, maar twijfelen, falen of ontspannen nauwelijks. Daardoor krijgen ze iets onechts en blijft hun menselijke kwetsbaarheid buiten beeld. Onder de luidruchtige, gepantserde persoonlijkheid vermoedt de recensent wel een beschadigd en eenzaam mens, maar ze waarschuwt dat dit al snel psychologiseren wordt: Palmen maakt het de lezer zelf moeilijk om achter haar taal en zelfmythologisering te komen.

Tegelijk erkent Remarque de kwaliteiten van Palmens werk. Het is erudiet, eigenzinnig en stoer, en getuigt van een uitzonderlijke liefde voor taal. Palmen neemt haar schrijverschap buitengewoon serieus en wil met taal grote waarheden en betekenis blootleggen. Juist die ernst en overtuiging maken haar werk indrukwekkend, maar ook afstandelijk. De eindconclusie van de bespreking is daarom dubbel: Remarque bewondert Palmens vakmanschap, maar kan niet van haar roman houden, omdat het werk zich volgens haar tegen die liefde afsluit.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Oncoloog Joost Boormans bij Vandaag Inside: ‘De ontwikkelingen rond kanker gaan nu echt heel snel’