Conifeer eruit, meidoornhaag erin: dit is het boerenerf in oude glorie van Mario en Monique uit Valthe

dinsdag, 24 februari 2026 (19:13) - Dagblad van het Noorden

In dit artikel:

Landschapsbeheer Drenthe zet sinds de jaren negentig in op het herstellen van historische boerenerven; honderden erven in tientallen dorpen zijn al aangepakt. Een concreet voorbeeld zijn Mario (67) en Monique (62) Nouwens uit Valthe. Zij wonen sinds 2007 in een boerderij uit 1910 met een erf van circa 1,6 hectare: een boomgaard met zo’n twintig fruitbomen, een waterpoel, monumentale eiken en imposante lindes en knotlindes. Het stel verhuisde van de rand van Schiphol naar het rustige Drentse coulisselandschap en knapte veel zelf op; sinds enkele jaren verhuren ze ook een vakantie-appartement op het terrein.

In 2018 deden de Nouwens mee aan het herstelproject van Landschapsbeheer Drenthe omdat het erf verwaarloosd was: hoge grasmatten, bamboe, coniferen, laurierkers en brandnetels bepaalden het beeld. Met het project zijn die exoten verwijderd of teruggedrongen en is beplanting aangelegd die past bij het oorspronkelijke landschap: een meidoornhaag langs de poel, een nieuw eiken‑berkenbos met inheemse struiken als hazelaar en inlandse vogelkers, en een jonge rij zomereiken langs de oprit. Niet alles gaat zonder slag of stoot — sommige jonge boompjes gingen dood door droge periodes en oude fruitbomen zijn omgevallen — maar het echtpaar ervaart trots en vindt het werk de moeite waard. Monique: “Die lindebomen kunnen straks zo mooi zoemen van de bijen en hommels.”

Jens de Goede van Landschapsbeheer Drenthe legt uit waarom er herstel nodig is: na de jaren vijftig en zestig verdwenen veel authentieke erfkenmerken omdat boerderijen minder functioneel werden en sierconiferen populair. Zulke coniferen of laurierkersen zijn wel praktisch als erfafscheiding, maar horen niet bij het traditionele Drentse erf en bieden weinig voor de biodiversiteit. Meidoorn wordt aanbevolen als inheemse haag — nuttig als natuurlijke afrastering, voedsel- en nestplaats voor insecten en vogels. Historische erfindelingen hadden functionele logica: de voorkant voor moestuin en boomgaard, de achterkant sober met enkele eiken; lindes fungeerden als natuurlijke zonwering op de zuidkant en eiken beschermden rieten daken tegen blikseminslag. Landschapsbeheer kiest bewust voor autochtone soorten (al sinds de laatste ijstijd aanwezig) omdat die insecten en inheemse vogelsoorten zoals steenuil en patrijs het meest ten goede komen.

Dit voorjaar start een nieuwe ronde herstelwerk in Drouwen, Bronneger en Bronnegerveen met ruimte voor vijftien deelnemers; gemeente Borger‑Odoorn en provincie Drenthe dragen financieel bij. Per erf is €1.000 beschikbaar, de eigenaar betaalt de helft mee; wie zelf plant kan kosten besparen. Aanmelden kan via Landschapsbeheer Drenthe, al werkt de stichting met een prioriteitenlijst en soms een wachtlijst. Het doel is duidelijk: het culturele erfgoed en de lokale natuurwaarden herstellen, met voordelen voor zowel landschap als bewoners.