Concurrerend Europa, groen Europa?
In dit artikel:
Europa ziet haar klimaatbeleid opnieuw prominent terugkeren op de politieke agenda nu schommelingen in olie- en gasprijzen, aangewakkerd door spanningen rond de Straat van Hormuz en onvoorspelbaar buitenlands beleid van Washington, inluiden tot spoedmaatregelen. Lidstaten grepen in maart massaal naar noodvoorraden — 92 procent van de Europese reserve werd aangesproken — en hoofdstadelijke beleidskringen zoeken naar manieren om de pijn aan de pomp voor burgers en industrie te verzachten.
In dat klimaat staat het EU-emissiehandelssysteem (ETS), het mechanisme waarbij zware industrie betaalt voor CO2-uitstoot, opnieuw ter discussie. De discussie escaleerde al in februari tijdens een industriebijeenkomst in Antwerpen, waar meer dan 1.300 bedrijfsleiders een beroep deden op de Europese leiding voor “meer ademruimte”. Op de EU-top eind maart signaleerde Commissievoorzitter Ursula von der Leyen bereidheid om het ETS te herevalueren, een stap die welkom viel bij landen als Polen en Italië die pleiten voor versoepeling. Tegelijk onthulde Politico dat sommige vermeende ondertekenaars van de industriële oproep die positie niet daadwerkelijk steunden, wat de lobbystrijd complexer maakt.
Tegenstanders van verzwakking benadrukken dat dit geen energiecrisis maar een fossiele-brandstofcrisis is: het probleem ligt in de prijs en afhankelijkheid van olie en gas, niet in het systeem van emissiehandel zelf. Voorstanders van het vasthouden aan of versterken van het ETS — waaronder Europarlementariër Pascal Canfin, ngo’s en bedrijven zoals Vattenfall — stellen dat decarbonisatie en elektrificatie fundamentele veiligheidsinstrumenten zijn om strategische autonomie te vergroten en de industrie toekomstbestendig te maken. Vattenfall waarschuwt dat het verzwakken van het ETS Europa langer in afhankelijkheid van fossielen houdt en de concurrentiekracht van bedrijven schaadt.
Uit de hoek van de industrie klinkt vooral angst voor onzekerheid: investeringen en lange termijnstrategieën van bedrijven zoals staalproducent Outokumpu zijn gebouwd op de voorspelbaarheid van het ETS; verandering kan die opgebouwde voorsprong ondermijnen.
De Europese Commissie zal in juni met concrete hervormingsvoorstellen komen. De kernvraag is of de EU kiest voor kortetermijnverlichting van prijsdruk — en daarmee mogelijk het klimaatdoel ondermijnt — of voor een koers die voortbouwt op CO2-beprijzing om de transitie, concurrentiekracht en energie-onafhankelijkheid op lange termijn veilig te stellen.