Concessie Utrecht Binnen voor tram en bus blijft overeind
In dit artikel:
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) heeft vandaag bevestigd dat het College van Gedeputeerde Staten (GS) van Utrecht de OV-concessie voor regio Utrecht Binnen terecht aan Transdev mocht gunnen en de inschrijving van huidig concessiehouder Qbuzz mocht afwijzen. De concessie, die op 14 december 2025 ingaat en tien jaar duurt, heeft als belangrijk doel een duurzame exploitatie met 100% zero-emissievervoer vanaf 2028.
Qbuzz was tegen de gunning in beroep gegaan en stelde dat de inschrijving van Transdev irreëel was: volgens Qbuzz zou Transdev niet op tijd een volledige vloot elektrische bussen kunnen leveren, zou er onvoldoende elektriciteitscapaciteit en vergunningruimte zijn voor de benodigde batterijen en laadinfrastructuur, en zou de uitvoering van laadinrichtingen op stallingslocaties de lopende exploitatie van Qbuzz verstoren. Ook betwistte Qbuzz de deskundigheid van de beoordelingscommissie omdat daar volgens hen geen specialist op het gebied van elektrisch laden in zat.
Het CBb oordeelt dat de beoordelingscommissie over voldoende kennis beschikte om de transitieplannen naar zero emissie te beoordelen en dat GS de waarderingen van inschrijvingen adequaat heeft gemotiveerd. Qbuzz heeft volgens het CBb niet overtuigend aangetoond dat de inschrijving van Transdev vooraf duidelijk niet nagekomen kon worden. Argumenten zoals een leverancier die niet levert, verschillen in veronderstelde oplaadpunten, of ervaring met vergunningverlening, volstaan niet om de inschrijving als irreëel aan te merken. Daarnaast is het geen gunningscriterium dat de huidige exploitatie volledig ongemoeid moet blijven totdat de nieuwe houder daadwerkelijk begint; de gunning bevat regels om voorbereidingen van Transdev in de bestaande exploitatie in te passen.
De uitspraak schept duidelijkheid over de beoordeling van duurzaamheidstoezeggingen in aanbestedingen en bevestigt dat technische onzekerheden niet automatisch tot afwijzing van een aanbod hoeven te leiden als de inschrijving aannemelijk maatregelen en alternatieve leveranciers noemt.