Column Olof van Joolen: 'Waarom hebben jullie het over jongeren met „een bepaald accent"?'
In dit artikel:
Tijdens een avonddienst belde een lezer die werkte bij een Zandvoorts strandpaviljoen over de overlast tijdens het pinksterweekeinde: jonge bezoekers die onbeschoft waren tegen personeel, zonder iets te bestellen op terrassen gingen zitten, bedreigden en soms zelfs vochten. Op sociale media werd al snel gewezen naar Nederlandse jongens met een Marokkaanse achtergrond, maar de beller benadrukte dat hij ook relschoppers met andere roots had gezien, onder meer mensen met wortels op de Antillen of uit de regio.
De verslaggever legde uit dat de redactie altijd probeert zo concreet mogelijk te rapporteren. In gevallen waarin medewerkers ter plekke kunnen verifiëren waar groepen vandaan komen, wordt dat vermeld (zoals bij eerdere ongeregeldheden in Knokke, waarbij jongeren uit het Gooi werden genoemd). Bij het Zandvoort-incident arriveerde de pers pas ná de rellen en kon zij alleen getuigenverklaringen noteren: jongeren met petjes en schoudertas, afkomstig uit Amsterdam en omstreken, van ongeveer 12 tot begin 30 jaar, vaak met een multiculturele achtergrond en volgens omstanders met “een bepaald accent”.
De keuze om die omschrijving te gebruiken is bewust: concreet benoemen helpt bij het aanpakken van een probleem en is niet bedoeld om te stigmatiseren. De berichtgeving leidde ertoe dat de burgemeester, in overleg met politie en justitie, een deel van de boulevard tot veiligheidsrisicogebied uitriep. Enkele dagen later zag de beller twee jongens die overal geweigerd werden en vroeg of ze bij hem mochten bestellen — “dat brak mijn hart”, zei hij— en hij bediende hen. De columnist sluit optimistisch dat als meer paviljoenhouders zo handelen, Zandvoort de overlast beter aankan.