Column: De voordelen van lijfrente boven pensioensparen
In dit artikel:
In het nieuwe pensioensysteem is de fiscale aftrek voor pensioen en lijfrente gelijkgetrokken, wat inhoudt dat zowel pensioen- als lijfrentepremies tot 30% van het inkomen kunnen worden afgetrokken, rekening houdend met de AOW. Werknemers kunnen bovenop hun pensioenpremie ook een lijfrentepremie van maximaal 10% betalen en kunnen bovendien retroactief bijbetalen over de afgelopen tien jaar voor eventuele tekortkomingen in hun pensioenpremies.
Er zijn belangrijke verschillen tussen beide spaarvormen. Extra sparen in pensioen is eenvoudig maar zorgt ervoor dat het geld alleen als levenslange uitkering kan worden gebruikt. Lijfrente daarentegen biedt flexibiliteit, zoals tijdelijke uitkeringen en erfbaarheid van het resterende bedrag bij een bancaire optie. Dit maakt het aantrekkelijker voor de eerste jaren na pensionering.
Historisch gezien zijn er verschillende wijzigingen geweest in het lijfrenteregime sinds 1992, met de mogelijkheid om oude lijfrentepremies tot 2006 te gebruiken voor een overbruggingslijfrente, welke nog steeds van toepassing is. Voor financiële planning betekent het hebben van zowel pensioen als een lijfrente dat men strategisch moet nadenken over de timing van het opnemen van uitkeringen. Dit kan bijvoorbeeld inhouden dat men pensioen vervroegd laat ingaan en tijdelijk gebruikmaakt van lijfrente om financiële lasten in de beginjaren van pensionering te verlichten.