Colombia ziet uitslapers als lanterfanters
In dit artikel:
Voor Colombianen is uitslapen ongebruikelijk: vroeg opstaan hoort bij de cultuur. Volgens gegevens van de OESO staat een gemiddelde Colombiaan rond 6:31 uur op (alleen Zuid-Afrika scoort iets eerder met 6:24). In de straten van Bogotá is er al bedrijvigheid rond zonsopgang: mensen warmen zich aan hun eerste tinto (zwakke zwarte koffie uit een thermos), mobiele koffieverkopers staan op elke hoek, schoolkinderen in uniform haasten zich naar lessen die soms al om zes uur beginnen en de ochtendspits ontstaat vroeg.
De vroegere landbouwpraktijk ligt aan de basis van dat ritme. Omdat Colombia dicht bij de evenaar ligt, valt zonsopgang meestal rond zes uur en wordt het rond het middaguur heet, waardoor boeren traditioneel met het ochtendlicht werken. Dat patroon is blijven voortbestaan nu veel mensen in steden wonen. Stedelijke factoren versterken het: het verkeer in steden als Bogotá is zo intens dat forenzen soms uren onderweg zijn, en de nationale arbeidswet vereist een werkweek van minstens 48 uur.
Daarnaast heeft vroeg opstaan in Colombia een morele lading: luiheid wordt negatief bekeken en vroeg opstaan geldt als een teken van discipline en deugdzaamheid. Een bekend Spaans gezegde benadrukt dat God degenen helpt die vroeg opstaan. De auteur vergelijkt dit met het latere avondritme in Argentinië en noemt het Colombiaanse vroege ritme voor buitenlanders soms verrassend, maar diepgeworteld in klimaat, economie en cultuur.
Vandaag Inside: 'The Champ' richt zich in video tot René van der Gijp, Wim Kieft, Michel van Egmond en Rob Jansen