Coalitieakkoord 2026 kopie van Europese agenda

donderdag, 12 februari 2026 (08:19) - Indepen

In dit artikel:

Op 30 januari 2026 verscheen het coalitieakkoord 'Aan de slag' van D66, CDA en VVD. De auteurs van het artikel hebben dat akkoord naast de Political Guidelines van Ursula von der Leyen (ingediend bij haar herbenoeming in juli 2024) gelegd en constateren een opvallende mate van overlap: sleutelbegrippen en beleidslijnen komen herhaaldelijk overeen, waardoor het Nederlandse akkoord sterk lijkt op een vertaling van Von der Leyens Europese agenda.

Wie en wanneer: het gaat om de Nederlandse coalitie (D66, CDA, VVD) en de Europese Commissie onder leiding van Von der Leyen; het coalitieakkoord verscheen op 30 januari 2026, Von der Leyens programma werd in juli 2024 vastgesteld als leidraad voor haar tweede termijn. Waar: de vergelijking betreft de beleidslijnen in Den Haag en Brussel en hoe Nederlands beleid zich verhoudt tot de EU-agenda.

Wat zijn de overeenkomsten? Beide documenten delen eenzelfde diagnose: Europa en Nederland staan voor geopolitieke onzekerheid, economische transities en interne maatschappelijke spanningen. Het centrale antwoord is identiek: minder versnippering en meer strategische samenwerking binnen Europa, met nadruk op centrale uitvoering van beleid. De grootste overlappingen betreffen defensie, strategische autonomie, veiligheidsdiensten, klimaatbeleid en bestuurlijke hervorming.

Concreet op defensie en veiligheid: Von der Leyen pleit voor sterkere Europese defensiecapaciteit, gezamenlijke inkoop, weerbaarheid tegen hybride dreigingen en nauwere inlichtingen‑samenwerking, inclusief een nieuw EU‑veiligheidsdienst. Het Nederlandse akkoord neemt die analyse over en zet in op extra defensie-uitgaven (bovenop NAVO-verplichtingen), uitbreiding van AIVD en MIVD, versterking van cyberveiligheid en actieve bestrijding van buitenlandse beïnvloeding en desinformatie. Nederland ondersteunt expliciet een centraal geleide EU‑inlichtingendienst en profileert zich als voortrekker binnen de EU.

Klimaat en economie: zowel Von der Leyen als de coalitie behouden het groene kader (de Green Deal), maar leggen meer nadruk op uitvoerbaarheid, betaalbaarheid en sociale rechtvaardigheid. In Den Haag vertaalt zich dat in het vasthouden aan klimaatdoelen, maar met accent op innovatie en groene groei en op het meenemen van boeren en industrie; D66 krijgt het nieuwe ministerie dat dit moet begeleiden. Tegelijk wijzen externe rapporten (zoals van de OESO) op economische nadelen voor sommige sectoren, een zorg die in het akkoord weinig dwingend lijkt te wegen.

Bestuurlijke hervorming: beide documenten vinden dat regelgeving te complex is en kiezen voor minder nieuwe regels en meer focus op uitvoering. Het Nederlandse akkoord ziet de ambtenarij als te omvangrijk en inefficiënt en pleit voor vereenvoudiging, multidisciplinaire teams en meer vertrouwen in uitvoerders — in lijn met de EU-agenda voor 'better regulation'.

Politieke implicaties en kritiek: de overeenkomst is volgens het artikel geen toeval maar het resultaat van nauwe beleidsafstemming en ideologische convergentie. De schrijvers waarschuwen dat nationale beleidskeuzes steeds meer in Brussel worden gevormd en dat de klassieke scheidslijn tussen Den Haag en Brussel vervaagt. Specifieke zorgen betreffen het verder inperken van vrije meningsuiting op sociale media in het kader van desinformatiebestrijding en een hiërarchischer bestuur waarin nationale autonomie onder invloed van EU‑prioriteiten krimpt.

Kader voor de lezer: Von der Leyens Political Guidelines waren een voorwaarde voor haar herbenoeming en vormen een blauwdruk voor de komende jaren in de EU. Het Nederlandse akkoord volgt die blauwdruk in grote lijnen, wat een breed politiek debat voorspelt over gewenste mate van Europese sturing en nationale soevereiniteit.