Coalitie verdeeld over extra druk op Israël, VVD wil geen veroordeling bondgenoot
In dit artikel:
De regeringspartijen liggen uit elkaar over verdere druk op Israël na recente stappen van dat land. D66 en het CDA vinden dat Israël mensenrechten schendt door aanvallen in Libanon, de uitbreiding van nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever en de onlangs aangenomen wet die de doodstraf mogelijk maakt. Zij willen daarom binnen de EU onderzoeken of het handelsdeel van het EU-Israël‑associatieakkoord kan worden opgeschort, waardoor gewone handel met Israël wordt beperkt.
De VVD verzet zich tegen harde publieke veroordelingen of handelsmaatregelen: volgens VVD-Kamerlid Maes is het niet wenselijk om een land publiekelijk aan te pakken dat Nederland als belangrijke bondgenoot beschouwt. Die houding leidde tot verbijstering bij meerdere oppositiefracties, onder meer GroenLinks-PvdA en de Partij voor de Dieren, die het tot nu toe als een politieke grens zagen.
Tijdens het parlementaire debat riep D66 op tot het vormen van een Europese kopgroep die pleit voor opschorting van het handelsverkeer; dat drukmiddel is eerder tijdens de Gaza-oorlog ingezet. Het voorstel van D66 kreeg een Kamermeerderheid en zal door minister Berendsen van Buitenlandse Zaken in Brussel worden meegenomen. Berendsen erkent dat handelsbeperkingen een instrument kunnen zijn, maar benadrukt dat zo’n stap alleen zinvol is met ruime steun binnen de EU en dat diplomatie vaak de voorkeur heeft. Hij vindt persoonlijke, stevige gesprekken soms effectiever dan publieke veroordelingen of het uitnodigen van de ambassadeur.
Tegelijkertijd verzetten partijen als SGP, JA21 en de Groep-Markuszower zich tegen sancties, met het argument dat men geen beperkingen moet opleggen aan een bondgenoot en uit vrees voor economische gevolgen voor Nederlandse bedrijven. De Kamerdebatterende voorstellen illustreren de verdeeldheid over hoe Nederland in Brussel moet optreden tegenover Israël en welke middelen daarbij passend zijn.