CIA voert geheime moordoperaties uit in Mexico, relatie VS-Mexico onder druk
In dit artikel:
De Amerikaanse inlichtingendienst CIA zou sinds vorig jaar geheime, dodelijke operaties op Mexicaans grondgebied uitvoeren om leden van drugskartels uit te schakelen — vaak zonder expliciete medeweten van Mexico — zo meldde CNN op basis van meerdere bronnen. De acties zouden zich richten op het middenmanagement van kartels, niet alleen op kopstukken, met werkwijzen vergelijkbaar met antiterrorismemissies: kwetsbare schakels in criminele netwerken identificeren en systematisch uitschakelen.
Als concrete casus noemt het bericht de aanslag van 28 maart op een snelweg bij Mexico-Stad, waarbij Francisco Beltran (alias 'El Payin'), gelinkt aan het Sinaloakartel, om het leven kwam door een explosief in zijn voertuig; bronnen zeggen dat de CIA daarbij direct betrokken was. Eerder, in april, kwamen twee Amerikaanse functionarissen om bij een auto-ongeluk nadat zij volgens berichten hadden deelgenomen aan een inval in Chihuahua. Zowel de Mexicaanse regering als de CIA ontkennen de berichtgeving; CNN houdt vast aan zijn onderzoek.
De onthullingen verergeren de toch al gespannen betrekkingen tussen Washington en Mexico-Stad. President López Obradors regering en president-kandidaat Claudia Sheinbaum staan politiek onder druk: enerzijds probeert Mexico aan Amerikaanse veiligheidsvereisten te voldoen — uitleveringen, inzet van het leger en samenwerking rond de uitschakeling van 'El Mencho' — anderzijds moet het land zijn soevereiniteit bewaken en binnenlandse politieke belangen beschermen. Sheinbaum benadrukte publiekelijk het belang van goede betrekkingen met de VS, met als grens de verdediging van de nationale soevereiniteit.
Tegelijk escaleerden de VS-manoeuvres door begin mei aanklachten uit te vaardigen tegen Mexicaanse politici wegens vermeende banden met het Sinaloakartel en door federale aanklagers te instrueren terrorismewetgeving te overwegen. De mix van geheime operaties, diplomatieke ontkenning en juridische stappen vergroot het risico op een diepere breuk in de bilaterale samenwerking tegen drugscriminaliteit.